Adventure Run 2014, zo feestelijk begonnen, maar treurig geëindigd
Het is dinsdag 25 november. Een envelop van Sport Promotie
Ameland in de brievenbus. Over twee en
een halve week is het zover: de Adventure Run. In gedachten dwaal ik af naar
vorig jaar. Toen prima weer om te lopen, een breed strand, voldoende hard om
niet weg te zakken en wind in de rug. Dat is wat ik me herinner.
Vandaag de 25ste november is het ook mooi, fris weer met af
en toe wat zon en weinig of geen wind. Ik hoop dat het de 13de december ook zo
zal zijn.
 |
| Schitterende weersomstandigheden op 13 december |
En het is vandaag, de 13de december, mooi weer. Gisteren
storm en regen. Opluchting bij veel deelnemers dat het nu anders is. Het lijkt
een feestelijke dag te gaan worden. Maar als het bericht in de loop van de
middag is doorgekomen dat een van de deelnemers aan de vijf kilometer onderweg
is overleden, is het feestelijke er wel helemaal van af.
Waar andere jaren de laatste honderd meter op weg naar de
finish de speaker probeert boven de muziek uit te komen om je op de laatste
meters te begeleiden, was het nu opvallend stil. Verwonderd vroeg ik me af, met
het zicht op de eindstreep, of dat misschien te maken had met de wijziging van
de finishplaats. Maar nog voordat ik goed en wel een flesje sportdrank in
ontvangst kon nemen, ving ik vanuit het publiek het tragische bericht op van
het overlijden van een collega hardloper. Het voldane gevoel dat je ten deel
kan vallen na afloop van zo'n loop, daar ontbrak het bij mij op dat moment
volledig aan. Werktuigelijk pak ik even later een plastic cape aan. Denkend aan
.......... en dan een klap op je schouder. Je wordt weer meegenomen in de
gemeenplaatsen, in de "waan" van alle dag, die gebruikelijk zijn na
afloop. "Wat is je tijd, hoe heb je gelopen, mooi weer hè, wat was het mooi
op het strand!" In de loop van de middag heb je het er met elkaar nog eens
even over, maar ook dan ga je snel over op de orde van de dag en blik je terug
op je eigen ervaringen van onderweg.
 |
| Eigen ervaring( foto's Janke van der Schaaf) |
In het startvak nemen we elkaar de maat, onwetend van wat
er inmiddels een van onze collega's is overkomen. Iedereen veinst dat-ie geen
belangstelling heeft voor de tijd die hij of zij denkt te gaan lopen en over
een optimale voorbereiding wordt alleen maar in ontkennende zin gesproken. Het
aantal blessures is op een hand niet te tellen, kuiten, heupen, schenen alles
komt voorbij. Fysiotherapeuten hebben het afgelopen week nog nooit zo druk
gehad en hangen het bericht voor het raam: "volgende week wegens rijkdom
gesloten". Ik doe zelf ook hard aan mee het geweeklaag; een fikse neusverkoudheid
speelt mij al meer dan een week parten en heeft mij doen besluiten op advies
van derden om niet de halve, maar de 10 te lopen. Dus ook ik hul mij in
allerlei dooddoeners over tijd, plezier en vooral over de hoop dat de
eindstreep haalbaar is. Het enige waar niet over geklaagd wordt, is het weer.
Alhoewel......als iemand zich hardop afvraagt of-ie niet te warm is gekleed,
ontstaat er een heftig dispuut over een, twee of drie lagen thermokleding,
shirtjes en/of jasjes. De adviezen vliegen over en weer, maar zijn zodanig van
inhoud ze kant noch wal raken. Er wordt gelachen, getwijfeld, je schikt je in
je lot. Het is te laat, te warm of te koud gekleed, je moet het er maar mee
doen. Het startsein is gegeven. Een laatste welgemeend "veel succes en
vooral plezier" en dan ben je voorlopig alleen met jezelf bezig.
Schuifelend voorwaarts, steeds wat sneller en dan echt op weg. Inhalen en
ingehaald worden, oppassen dat je een ander niet voor de voeten loopt. Het dorp
uit. Vrijwilligers die je de weg wijzen. Niet dat je anders de verkeerde
kant op gaat. Een lang gesloten lint van
hardlopers in allerlei kleuren van de regenboog en nog veel meer maken dat
onmogelijk. Toch zijn die vrijwilligers onontbeerlijk, ze waken over je
veiligheid, houden het gemotoriseerde verkeer op afstand en manen fietsers aan
goed op te letten en niet te dicht naast de lopers te komen. Dan het bos in,
een aangename afwisseling van ondergrond. Af en toe wat modderig, goed
uitkijken, hier en daar karrensporen, omhoog en omlaag, grote verschillen in
tempo, de regen van de afgelopen dagen heeft het overal, maar vooral in de
bochten, glibberig gemaakt. Kijken waar je loopt, niet te veel op anderen
letten. Het gaat goed en voor zover ik het in mijn omgeving kan waarnemen, gaat
het met iedereen goed. Zonder kleerscheuren het bos uit, op weg naar het
strand. Boven op het duin een prachtig uitzicht. Hoog water, dus een wat
smaller strand, voldoende hard om heerlijk te lopen, wind in de rug en de zon
schijnt volop. Wat wil een mens nog meer. Gelukkig heb ik een juiste keuze
gemaakt in kleding. Twee lagen, meer dan genoeg. Breed uitwaaierend vervolgen
we onze weg. Een witte, indrukwekkende branding. Het is genieten. Ik heb last
van mijn verkoudheid, snotterig, kortademig, ik moet wat gas terug nemen. Had
ik er zo juist nog enige twijfel aan of ik toch niet aan die halve marathon had
moeten beginnen, nu weet ik het zeker: de man met ervaring en kennis van zaken,
Arjen Visserman, had gelijk, bedankt.
Ik kijk wat om mij heen: rood, groen, geel, blauw, dik in
gepakt, luchtig gekleed, rode konen, zweetdruppels, gehijg, gestamp. Alles en
iedereen is aanwezig. Ah, daar staat "onze" hoffotograaf, geweldig
dat ze er weer is. Nog een paar honderd meter schat ik en dan omhoog, dan zit
er al weer 4 kilometer op. De worsteling, want dat is het, het strand af en het
duin op is heftig en niet alleen voor mij. Veel toeschouwers, een enkeling
wordt persoonlijk aangemoedigd. Iedereen op zoek naar het juiste ritme. De een
heeft het wat sneller te pakken dan de ander. Hier en daar wordt een
bemoedigend woord gewisseld. Een enkeling neemt de tijd en wandelt een stukje.
Het bos in, omhoog en omlaag. Het vergt de nodige inspanning en als je het
soepel wilt doen, moet je beschikken over de juiste looptechniek: wat kleinere
passen omhoog en laat maar rollen naar beneden. Niet iedereen is daartoe in
staat, stel ik vast. Mijn ademhaling heb ik weer volledig onder controle, mijn
benen voelen goed. "De helft zit er op", hoor ik naast mij. Ik kijk
op zij, de twee die ik voorbij ga, hebben het zwaar, zo te zien en te horen.
Denkend aan de komende vijf kilometer, weet ik niet wat me
te wachten staat. Na het bos, Buren en dan naar Nes. Dat ligt voor de hand. Het
stuk vanaf Buren naar de finish ken ik. Tenminste .......... ik veronderstel
dat dat hetzelfde stuk parcours is als dat van de halve. Ik zie het wel, maar
het zou mij goed uit komen als ik geen "hobbels" meer tegen kom die
een forse conditionele inspanning vereisen.
Het bos ligt achter mij en nu overzie ik een groot deel van
het parcours. Tot aan Buren zie ik her en der verspreid lopers. De zon schijnt
en de wind nog in de rug, niet dat er veel wind is, maar toch. Je kunt beter de
wind mee dan tegen hebben. Het moet te doen zijn. In het dorp hier en daar een
handje vol toeschouwers. Links af, het bordje 7 kilometer, rechts af, en de weg
volgen. Dat schiet mooi op. Op het pleintje, in het centrum van Buren, het
beeldje van Rixt van 't Oerd, de hoofdpersoon in een Amelander legende.
Toevallig viel mijn oog erop, want erg groot is het beeld niet.
Rixt van 't Oerd woonde met zoon Sjoerd in een klein hutje
ergens in de duinen, zij hielden zich in leven door strandjutten. Sjoerd
vertrok naar zee, dit tot groot verdriet van Rixt. Rixt nam uiteindelijk wraak
op de zee, omdat die haar zoon Sjoerd haar had ontnomen. Tijdens een
stormachtige nacht liep zij met een lantaarn boven op het duin heen en weer.
Een schip op zee zette koers op het licht in de hoop in veilig vaarwater te
komen. Het schip strandde en viel uiteen. Niemand overleefde de schipbreuk.
Rixt op zoek naar bruikbaar juttersgoed, trof daar het lichaam van Sjoerd. Zij
rende krijsend de duinen in en verdween in het duister. Niemand heeft ooit meer
iets van haar gezien, maar wel gehoord. Want als er een storm over het eiland
raast, doolt haar geest nog rond en als je goed luistert, kun je haar wanhopig
horen roepen: Sjoe oe oerd, Sjoe oe oerd!
 |
| Rixt van Oerd, legende van Ameland |
Legende of geen legende, gelopen moet er worden en het
stormt niet. Een bekertje water, een slok en dus weer verslikken. Hardlopen en
drinken, ik leer het nooit, ik spreek mezelf vermanend toe; neem de tijd en
wandel een paar meter en drink! Hoestend en proestend loop ik voort, wat een
gedoe. Opeens het bordje met 8 km; dus nog maar twee. Een zoveelste blik op
mijn horloge. Het tempo is wat gezakt, het is niet anders. Ik loop achter een
tweetal en dat past mij goed vandaag. Een scherpe bocht naar rechts, ik glip
binnen door en laat de twee achter mij. Ik zet een tandje bij, want ik wil en
moet ze voor blijven. Rottige verkoudheid, moeizame ademhaling. Een parkachtige
omgeving, een loopbrug over het water, mooie route. Ik zie vanuit een ooghoek
rechts dat ik nog maar een kilometer te gaan heb. Opluchting, nog een vijftal
minuten en dan is het voorbij. Als ik de laatste bocht heb genomen en recht op
de finish boog afga, ben ik blij dat het er bijna op zit deze keer. Maar dat
pakte anders uit..................
Meeloper