Trainen

Loopgroep Sneek traint op de dinsdagavond 19:30-20:45, donderdagochtend 09:00-10:15, donderdagavond 19:30-20:45, zaterdagochtend 09:30-10:45, locatie Zeilsoos-Sneeker Jachthaven, zondagochtend, clinictrainingen.

Loopgroep IJlst traint op de woensdagavond 19:30-20:45, locatie Sporthal Utherne.

Proeftraining of informatie: rnwths@gmail.com

woensdag 4 juli 2018

Drents Friese Woldmarathon

Drents-Friese Wold Marathon, zaterdag 31 maart, 2018.

Marcel Swart: Vanmiddag de Drents Friese Wold marathon gelopen door het schitterende Drents Friese Wold natuurgebied! T was genieten en dan ook nog een fantastische tijd lopen, ondanks het zware parcours. Totaal onverwacht stonden mijn super supporters bij de finish!! Erg lief!!


Uitslagen: Marathon Marcel Swart 4:20:17

Ronde van Oranjewoud

Ronde van Oranjewoud, Heerenveen, 5 mei 2018



Uitslagen: 10EM Dirk Slot 1:06:37

dinsdag 3 juli 2018

Ik loop..........in Nordeich


Het is klokslag acht uur in de morgen. Een kop thee en een krentenbol. Sluierbewolking. Dat zal niet lang duren. De zon zal ongetwijfeld ongetwijfeld haar werk doen. Het is iets meer dan een graad of tien. Het is mijn eerste loopje sinds een kleine week. Het weer en het reisschema zaten in de weg. De camping ligt pal achter de dijk. Veel mogelijkheden zijn er niet. Het is of links-, of rechtsaf langs de Waddendijk, of aan de landzijde, of aan de zeezijde.

De camping ligt vlak achter de dijk
Ik verlaat de camping en loop via een fietspad richting het dorp Norddeich. Na een paar honderd meter kan ik via een trap de dijk op. Ik doe een poging om in looppas de treden te bedwingen. Halverwege moet ik erkennen dat dit te hoog is gegrepen. Moeizaam vervolg ik mijn weg. Op de kruin van de dijk geniet ik van het uitzicht. Het is laag water. Het eiland Juist is goed waarneembaar met een bescheiden skyline, in tegenstelling tot Norderney met een paar torenhoge gebouwen. De kruin van de dijk is redelijk begaanbaar. Velen, hardlopers, wandelaars, honden bezitters zijn mij voor gegaan. Het gras is kort en de ondergrond is hard.

De zon heeft inmiddels de bewolking opgelost. De temperatuur van de buitenlucht is voelbaar toegenomen, die van mij trouwens ook. Na een paar honderd meter wordt het pad versperd door een hek. Ik besluit om aan de wadkant, onder aan de dijk, mijn weg te vervolgen. Een klaphek verschaft mij knarsetandend toegang tot de 'rest' van de dijk. De voet van de dijk, vanaf het water omhoog, bestaat uit 10 meter breed asfalt. Daarboven zeker twintig meter is grasland. Het zeewater is ver weg; het is eb. Een groot deel van de Waddenzee is drooggevallen. Het slik is grauw van kleur. Om de golfslag te breken zijn er vierkante en rechthoekige percelen aangelegd. De zijden worden gevormd door Wilgetenen die gevlochten tussen paaltjes ogen als een soort van lage dijkjes. 

"dykskiep"
Geen mens te bekennen, vogels daarentegen in overvloed. Ik vermoed dat het Strandlopertjes zijn. Ik weet dat er vele soorten zijn, maar lopend zijn ze voor mij niet te onderscheiden. Op de dijk schapen. Het valt mij op dat er geen meeuwen zijn. Kom daar in Nederland langs het Wad eens om. 

Het lopen valt niet mee op zo'n hellend vlak. Ik moet dan ook denken aan een liedje van Piter Wilkens, waarin hij op treffende wijze vertolkt dat het "Dykskiep" aan een zijde langere poten heeft dan aan de andere zijde; anders is het voor die arme beesten geen doen. Het is na een tweetal kilometers voor mij ook geen pretje meer. Ondanks dat ik geniet van het uitzicht en het vogelleven op het Wad, beginnen heup, knie en enkel(s) behoorlijk op te spelen. Ik ga op zoek naar een dijk- overgang. Maar dat is nog niet zo eenvoudig; het zoeken wel, maar het vinden niet, want zo ver ik kan kijken geen mogelijkheid om de dijk over te gaan. Het hek, als scheiding tussen asfalt en grasland, ongetwijfeld om de schapen te behoeden voor een nat pak, is zonder de letterlijke kleerscheuren en pijnlijke ervaringen niet te nemen. De hoop is gevestigd op de dijk na de bocht. Ik probeer me niets aan te trekken van het lichamelijk ongemak. Na nog een kilometer en om de bocht sla ik een zucht van verlichting. Ik kan naar de andere kant. Worstelend kom ik boven om daarna, onder aan de dijk, op een horizontaal vlakke weg mijn missie te vervolgen. Ook hier geen mens te bekennen. Ik moet het doen met het uitzicht over het land. Voor zover ik kan kijken: windmolens, veel windmolens. Soms een paar bij elkaar in de buurt, soms een enkeling bij een boerderij en heel in de verte een hele rij. Het verstoort het landschap, maar ik moet eerlijkheidshalve toch wel zeggen dat het 'ook wel iets heeft'. Het went blijkbaar, ik heb er weleens anders over gedacht. Als ik mijn blik en gedachten los maak van de molens en mij richt op het landschap dan valt het op dat er hier en daar verspreid een boerderij te zien is. Althans, van de meeste is slechts een klein deel te zien, ze zijn omgeven door bomen. Voor de rest vooral grasland, gevat in percelen waarin geen patroon is te ontdekken, maar geen koeien en/of schapen. Hier en daar een akker, een enkele bewerkt, kennelijk klaar om ingezaaid te worden. Rijkelijk laat lijkt mij. Ver weg het geel van het koolzaad. 


Norddeich, strandcorb
Het lichamelijk ongemak ben ik kwijt, ik loop met plezier en het zweet ook. De zon doet haar werk. Veel afleiding is er niet. Ik passeer een boerderij; er staat een trekker, een auto en een enkel landbouwwerktuig. De wieken van de windmolen draaien tergend langzaam rond; ik vermoed dat er geen stroom wordt opgewekt. Verder geen leven te bekennen. Terwijl ik me erover verbaas dat er geen kip scharrelt, geen hond blaft en geen kat in velden of wegen te bekennen is, keer ik om. De weg terug lijkt eindeloos lang, links de dijk en rechts het land. Ik heb nog een behoorlijk aantal kilometers te gaan voor ik kan douchen. Ik loop, gedachten gaan naar mijn loopgroep. Morgen de zoveelste mooie loop van Workum naar IJlst als onderdeel van de voorbereiding op de Sneeker marathon en meer. Geen saai parcours! De overeenkomst met waar ik loop, is het vlakke land en daar houdt het mee op.



Meeloper

Fit & Frij Rin

Fit & Frij Rin Heeg, zaterdag 28 april 2018.

Dirk Slot in actie tijdens de Fit & Frij Run in Heeg
Uitslagen: 4EM Dirk Slot 26:30, Symkje Feenstra 41:28, Geeske Cnossen 48:16, 10EM Erik Bouma 59:19, Bert Rienstra 1:33:47

Vuurtorenloop

Vuurtorenloop Vlieland, zondag 22 april, 2018.

Frank Klasen in actie tijdens de Vuurtorenloop(foto Tjeerd de Jong)
Uitslagen: 5 zeemijl  Durk Brouwer 53:51, Rudi Oppewal 54:45, Wibo Twijnstra 1:04:37 10 zeemijl   Frank Klasen 1:56:04

Het was weer pittig, de Vuurtorenloop op Vlieland

Vuurtorenloop, Vlieland

Na afloop van mijn eerste Vuurtorenloop schreef ik het volgende:

"Als er een top tien van loopevenementen zou bestaan met het meest uitdagende parcours dan zou de Vuurtorenloop van Vlieland er zonder enige twijfel op voorkomen. Je loopt geen kilometers, maar zeemijlen, je ploetert door een zandbak, je rent over en langs een Waddendijk met een prachtig uitzicht, je beklimt hijgend en steunend het Vuurboetsduin (een maal voor de 5 en twee maal voor de 10 zeemijlen), zodra je boven bent, zou je kunnen genieten van een fenomenaal uitzicht, als je tenminste daar nog aan toe komt, je krijgt een stuk vals plat voor de kiezen, je geniet van het golvende parcours door de duinen, je komt tot "rust" op de Postweg, klimt nog een keer naar de Vuurtoren om tenslotte kris kras door het bos aan het eind van je Latijn, maar voldaan de finish te passeren."

Vuurtorenloop, een aanrader!(foto Tjeerd de Jong)
Vuurtorenloop 2018......hoe warm het was en hoe ver...…

De eerste paar honderd meter zitten er op, de kop is er af. Iets minder dan tien zeemijlen nog voor de boeg. Het pad is smal, het is druk, het is warm, weinig verkoeling van wind, veel ruimte om in te halen is er niet. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Ik heb me voorgenomen het rustig aan te doen en de tijd de tijd te laten. Ik probeer zoveel mogelijk rechts te lopen, opdat de snelle 'jongens' hun gang kunnen gaan. Af en toe ontkom ik er niet aan om ook iemand voorbij te gaan. Straks op het strand is er ruimte genoeg voor iedereen.

Het duinlandschap links en rechts is prachtig. De begroeiing 'ontwaakt' uit de winterslaap. Een lichte stijging in het parcours en de eerste wandelaar dient zich aan. Als ik hem passeer, zie ik dat-ie geblesseerd is. Vervelend lijkt me dat. Je begint ergens aan en binnen de kortste keren zit je in de penarie. Ik moet er niet aan denken. Zie maar eens 'thuis' te komen. Als we links afslaan, worden schelpen vervangen door klinkers en dan is er ruimte. Even verderop is de duinovergang. Piet Noordenbos de initiatiefnemer van de Vuurtorenloop, waarschuwde ons er voor bij de start: naar boven zal het weinig problemen opleveren, de weg omhoog is langer dan die naar beneden en een stuk minder steil. Gezien de droogte en de warmte en het losse zand op de stelconplaten is het oppassen geblazen, want het kan glad zijn. Daar komt nog bij dat het beton vrij snel over gaat in het zand(strand) en het leger heeft daar ook nog geoefend met zwaar materieel; het wordt zwaar.

Als je je benen niet iets hoger optilt dan je gewend bent, heb je een probleem. Gegarandeerd dat je valt. Dat wordt dus stoempen, om maar eens in wielertermen te vervallen, en goed kijken waar je je voeten neerzet. Ik negeer de wiskundige wetmatigheid van 'de kortste weg tussen twee punten is de rechte lijn', zwalkend vorder ik langzaam. Ik ben niet de enige. Over vrijwel de gehele breedte zijn de lopers uitgewaaierd. Iedereen zoekt zijn eigen weg in de hoop de meest stevige ondergrond te vinden. Er zijn echter ook van die heel snelle 'jongens' die nergens last van schijnen te hebben. Ze stoempen niet, maar dansen lichtvoetig over het strand, het lijkt ze geen moeite te kosten. Een lichte jaloezie maakt zich even van mij meester, maar dat verdwijnt als ik zie dat over een honderd meter het duin beklommen moet worden. Een beklimming van de eerste categorie. Langzaam maar zeker lopen we als het ware een trechter in, want het is een smal paadje omhoog waar we over moeten. Hardlopen naar naar de top van het duin? Vergeet het maar. Het kost gewoon lopen heel veel moeite. Het zweet loopt en niet alleen bij mij. Voortdurend glijd je een eindje weer naar beneden. Zand in de schoenen. Gehijg en gesteun is niet van de lucht. Maar eenmaal boven probeert iedereen zijn oorspronkelijke ritme weer te vinden. De een lukt het wat sneller dan de ander. Even later, bij de jachthaven, is het leed snel geleden. Er is ruimte en een harde ondergrond. Ik sluit me aan bij een groepje. Ach, aansluiten is wel wat veel gezegd. Ik word gewoon opgeslokt en alsof het afgesproken is, lopen we gezamenlijk een stukje verder. We verlaten de jachthaven en gaan op weg naar het dorp. De groep valt uit elkaar en ik blijf met een leeftijdslotgenoot over. Niet dat de rest ons de hielen heeft laten zien, neen, dat laten wij niet toe. We hebben het niet overlegd, we hebben elkaar even aangekeken en dat was genoeg. Mijn 'vriend' draagt een rugwaterzak en lurkt af en toe aan het pijpje. Ik moet wachten met drinken tot ik bij de ravitailleringspost kom en die is nog in geen velden of wegen te bekennen. We lopen langs de veerboot Terminal werpen een blik naar rechts en zien dat het terras vol zit. We worden achter het dorp langs 'gestuurd'. Rechts het uitzicht op de achtertuinen van de huizen aan de Dorpsstraat en links het Wad. Opkomend water en een lichte rimpeling. Aan de horizon een wit zeil. Een lichte sluierbewolking af en toe, maar warm is het en behoorlijk ook. 'Vorig jaar liep ik hier in mei, toen was het warm, maar dit slaat alles', hoorde ik achter mij. Ach, je hebt het er maar mee te doen; je wordt niet gestuurd, het is vrije wil en tenslotte loop je voor eigen plezier. Bij de ravitaillering neem ik dankbaar een plastic zakje water aan.  Hardlopen en drinken, gegarandeerd dat ik me verslik, dus........wandelend drink ik en dat gaat goed. Mijn leeftijdsgenoot loopt door, hij is zelf voorzienend. Ik giet nog wat water over mijn hoofd.  Een koud straaltje baant zich een weg via men nek over mijn rug. Het voelt niet onaangenaam. Rechts af, nog een 75 meter schat ik en dan kan ik aan de klim beginnen, een klim van de buitencategorie. Ik weet uit ervaring dat dat geen makkie is. Ik probeer me er geestelijk op voor te bereiden, maar dat is eigenlijk onbegonnen werk. Want......hoe bereid je je er op voor? Je weet dat het een zware klim is, dat je benen pijn gaan doen, dat je hartslag op zal lopen, waarschijnlijk tot het maximum, dat je adem te kort komt, dat je onderweg naar boven denkt dat het een godvergeten rot klim is, dat het water uit je oren komt, dat je een rooie kop krijgt van de inspanning en dat je ...........

Doe mee, verlos de zee!(foto Tjeerd de Jong)
Nou, als iemand mij kan vertellen hoe je je daar geestelijk op voor kunt bereiden dan houd ik me aanbevolen. Inmiddels ben ik tot halverwege gevorderd, een blik naar boven, een heel diepe zucht en de vrouw vlak voor geeft de pijp aan Maarten. Zij wandelt en ik volg haar voorbeeld en ik voel me daar wel bij. Het is warm, erg warm, geen wind te voelen voor enige verkoeling. Vlak onder de top, daar waar het minder steil is, probeer ik het ene been iets sneller voor de andere te zetten. En dat lukt. In looppas passeer ik het hoogste punt. Met de rem er op naar beneden. Links en rechts word ik voorbij gelopen, maar ik durf niet zo hard te gaan. Met schelpengruis dat hier en daar losjes over het pad lijkt uitgestrooid is een uitglijder mogelijk, met alle gevolgen van dien. Bijna beneden word je het pad afgestuurd en met een scherpe bocht naar rechts kunnen we de bovenbenen opnieuw testen; vals plat. We lopen beschut, weer geen wind, de warmte blijft hangen in het bos- en duingebied. Niet iedereen is blijkbaar hersteld van de vuurtoren klim. De verschillen in tempo worden naarmate de klim vordert steeds groter. Ik weet me er redelijk goed door heen te slaan. Het bord met 'fietsers afstappen' doet het ergste vermoeden. Het valt echter alleszins mee; de helling, naar beneden, is best steil, maar als je net naast het pad in het gras loopt, kun je je wel laten gaan. Ik loop inmiddels alleen, op een dertigtal meters achter mij een enkeling en voor mij op ongeveer diezelfde afstand een groepje van een man/vrouw of tien. Langzaam loop ik op ze in. Even heb ik de neiging om te versnellen om me zodoende bij hun aan te sluiten, maar ik weet me te beheersen. De groep buigt af naar links, zodoende worden ze voor mij aan het zicht onttrokken. Als ik ook de bocht om kom, blijkt de groep uit elkaar gevallen. Links en rechts verspreid wat zomerhuisjes. Het bos laten we achter ons. Kleine klimmetjes zijn nu ons deel, het een wat langer en steiler dan het  ander. Maar wie naar boven gaat, gaat ook een keer naar beneden. Dus geen geklaag. Hooguit over de warmte. Het pad slingert door de duinen en het is alsof de warmte niet alleen van boven van de zon komt. Het duinzand kaatst de warmte terug omhoog. De weg naar de finish is nog lang. Toch loop ik lekker. Het uitzicht over het duinlandschap wisselt voortdurend en dat leidt af. Ik weet zelfs een tandje bij te zetten, met als gevolg dat ik de een na de ander inhaal. Camping De Lange Paal ligt er verlaten bij, geen tent te bekennen. Zojuist haalde ik iemand in die in een lange tight loopt. Ik heb de neiging gehad te vragen naar de reden van deze warme dracht, maar ik heb me ingehouden. Het houdt me wel even bezig. Ach, je moet ook wat te doen hebben.

Frank Klasen gestart op de 10 zeemijl(foto Tjeerd de Jong)
Ik verlaat het duinpad en kom op de weg die van het Posthuis naar het dorp loopt. Links de duinen, rechts de Waddenzee en in de verte het dorp met in het oog springend, vaag afgetekend de veerboot Terminal. Ik heb het moeilijk. In de duinen liep het voortvarend, geen vermoeidheid verschijnselen, geen pijntjes. Nu, op dat verrekte asfalt heb ik het zwaar. Het tempo zakt, de bovenbenen laten zich voelen, de voeten worden met iedere stap warmer. Het lijkt wel of de voetzolen in brand staan. Ik zou ze graag even in ijskoud water willen onderdompelen, maar dan duurt het nog langer voor ik 'thuis' ben. Ik moet gewoon voort. Inmiddels loop ik weer in gezelschap. Blijkbaar hebben ook anderen een dip. We klampen ons aan elkaar vast, zonder ook maar een woord te wisselen, of elkaar een blik waardig te gunnen. Mijn eigen blik is vooral op de Terminal gericht, maar die blijft ver, ver weg. Fietsers voor en fietsers achter, zij gunnen ons alle ruimte. Een auto haalt ons in, een guad komt ons tegemoet. De stank van uitlaatgassen is vervelend, maar blijft gelukkig niet lang hangen. Het gezelschap valt wat uit elkaar. Het wad ligt er mooi bij, vogels zweven boven het water, eider?eenden dobberen op de lichte rimpeling van het zeewater, meeuwen krijsen en maken ruzie over een stukje voedsel. Het leidt af en het is alsof de vermoeidheid naar de achtergrond verdwijnt. Ook de Terminal lijkt dichterbij te komen, hij is minder vaag. Ik kan weer iets versnellen en met mij een paar anderen. Het leed lijkt voorbij, maar dan word je met de neus op de feiten gedrukt. Over een honderd meter begint de klim

Even een groepje opzoeken(foto Tjeerd de Jong)
opnieuw het Vuurbootsduin op. De een na de ander voor mij, buigt links af en onttrekt zich aan mijn waarneming. Even later is het ook voor mij zover. Er staat een boog en er ligt een mat voor de tijdregistratie. Boven staat er ook een boog en bij de start heeft men ons verteld dat ook daar een tijdregistratie plaats vindt. En diegene die het snelst die afstand aflegt valt in de prijzen. Ik maak me geen enkele illusie. Ik probeer zo lang als mijn benen het houden in looppas naar boven te gaan. Halverwege is het gebeurd met me. Het wordt wandelen, de benen lopen vol. Ik verbaas me over het snelle herstel en voordat ik helemaal boven ben kan ik al weer 'hard'lopend verder. Boven geniet ik van het uitzicht en ook neerwaarts kan ik het niet laten mijn blik vooral over het Wad te laten gaan. Bijna beneden heb ik een leeftijdslotgenoot ingehaald. Hij prijst mij en vooral ook zich zelf gelukkig dat wij op onze leeftijd hier mogen en kunnen lopen. Als we linksaf de Wadweg op gaan, gebroederlijk naast elkaar, weet hij er zuchtend uit te brengen dat er nog maar een hellinkje is te nemen. Naar beneden laat ik mij gaan en hem 'staan'. De finish is niet letterlijk in zicht, maar met een anderhalve kilometer toch binnen handbereik. Dat gegeven stemt tot vrolijkheid en geeft vleugels. We slingeren het bos door, passeren de ijsbaanvijver en vangen een geluidsglimp op van Jan Kooistra die de een na de ander de laatste meters helpt over de eindstreep te komen. Nog een paar bochten en dan ben ik zelf aan de beurt.

Voldaan drink ik water en sportdrank, wis het zweet en zoek en vind mijn metgezellen. Ook zij tonen zich tevreden over de eigen gelopen mijlen.

Op het terras met een versnapering in de vorm van geestverruimende drank hebben we het er nog even over. Aan boord, boven op het dek, zetten we de kroon op deze prachtige dag. We kijken met zijn vieren met groot plezier terug. En warm dat het was!



Meeloper

maandag 2 juli 2018

Skûtsjerun, Langweer.

Skûtsjerun, Langweer, zaterdag 24 april, 2018

Een eerste plaats voor Dirk Slot
Uitslagen: 6.8km Dirk Slot 25:36(1e plaats)