Trainen

Loopgroep Sneek traint op de dinsdagavond 19:30-20:45, donderdagochtend 09:00-10:15, donderdagavond 19:30-20:45, zaterdagochtend 09:30-10:45, locatie Zeilsoos-Sneeker Jachthaven, zondagochtend, clinictrainingen.

Loopgroep IJlst traint op de woensdagavond 19:30-20:45, locatie Sporthal Utherne.

Proeftraining of informatie: rnwths@gmail.com

donderdag 28 februari 2013

BARRE OMSTANDIGHEDEN IN DE OERPOLDER

Het zijn de diehards die zich onder barre omstandigheden op zondag 24 februari melden aan de start van de 7 of 14 km lange helse tocht door het polderlandschap. Een ijzig koude wind jaagt de sneeuw bijna horizontaal over het vlakke land. Je moet wel een liefhebber van het hardlopen, anders moet je er niet aan beginnen. En liefhebbers hebben we binnen onze Loopgroep: Anthoon Haagsma, Peter Yntema, Klaas van Tricht , Ysbrand Valkema voor de 14 en Marcel Swart voor de 7 kilometer schrijven zich om goed 13.00 uur in. Het is aangenaam toeven in het Dorpshuis van It Heidenschip. Er vindt daar in de warmte uitvoerig overleg over mutsen, handschoenen en over hoeveel kledingstukken over elkaar aangetrokken moeten worden. Er wordt een keuze gemaakt, maar eenmaal buiten, waar de sneeuw en de noord noord oosten wind  een gevoelstemperatuur van rond de min 8 graden veroorzaakt, slaat de twijfel toe. Toch te koud, toch te warm? Eerst maar de warming up. Dan is er nog wel tijd en gelegenheid om de kleding opnieuw te herzien.

It Heidenskip
Om even voor 14.00 uur verzamelen de lopers zich voor de start. Verwarring alom. De lopers worden voor de beide afstanden op hetzelfde moment weggeschoten. De wanorde wordt veroorzaakt omdat de groepen in tegengestelde richting moeten vertrekken. Maar eenmaal op weg is dat gelukkig allemaal snel voorbij. De 14 km heeft het vooralsnog gemakkelijk met de wind in de rug. Het tempo ligt dan ook hoog. Hier en daar worden de handschoenen uitgetrokken en ook een aantal mutsen verdwijnt.  De 7 km ploetert eerst tegen wind en sneeuw in en menigeen heeft spijt dat-ie zich niet beter gekleed heeft. Als de 14-km-groep afbuigt in noordelijke richting en de wind schuin van voren de lopers geselt krijgt ook hier menigeen het moeilijk. Voeg daarbij de fijne, miezerige sneeuw die striemend op het gezicht neer komt en het zicht danig beperkt dan is de ellende compleet. De snelheid zakt bij vrijwel iedereen. Gelukkig staan er dan op het juiste moment een paar toeschouwers die zich zelf warm proberen te klappen en daarmee de lopers een hart onder de riem steken. Maar onze helden slaan zich er goed doorheen, ook al hebben ze elkaar uit het oog verloren. Het is ieder voor zich. Men probeert de luwte op te zoeken van een breed geschouderde mede loper. Soms lukt het om even aan te haken, maar even zo vaak moet men lossen en alleen verder ploeteren. Het is, zoals altijd, ieder voor zich en de wind voor ons allen.

Warming up
“Het verbaast mij iedere keer weer wat er in zo’n wedstrijd door je hoofd spookt. Dat is misschien ook wel de verslavende werking van elke duurloop. Eerst nog volop de zorgen: de drukte van het werk, de mailtjes die allemaal nog verwerkt moeten worden en het reilen en zeilen van het gezin. Daarna, naar mate de kilometers vorderen eist het lichaam de aandacht op. De eerste pijntjes dienen zich aan. Je probeert er niet aan te denken. Je neemt de omgeving in je op, je kijkt naar de collega lopers, je gaat extra op je loophouding letten en je kijkt eens naar je hartslag. De benen worden wat zwaar i.v.m. een beginnende verzuring. En dan al die mannen en vrouwen (gelukkig minder in aantal) die jou voorbij lopen. Je vraagt je nog even af of zij zoveel harder lopen, of dat jij zoveel langzamer bent gaan lopen. Als je dat allemaal hebt verwerkt, gaat de adrenaline een rol spelen, je komt  enigszins in een trance. De dieselmotor in je wordt gestart en je gaat onverdroten door. Je ziet dat er groepjes gevormd zijn, waarin iedereen op zijn beurt het kopwerk voor zijn rekening neemt, zodat de anderen in de luwte even kunnen bijkomen. Dat lijkt jou ook wel wat. Je sluit aan. Je krijgt weer grip op je gedachten, de lichamelijke ongemakken worden vergeten. Na een bocht in het parcours, als de wind niet meer recht van voren komt, vergeet je het werk, denk je niet meer aan de dagelijkse beslommeringen. Opeens ziet het leven er heel wat zonniger uit. Kilometer na kilometer ben je zo gevorderd en na opnieuw een bocht en een nog gunstiger windrichting, gaat het tempo in de groep omhoog. Je kunt volgen en dat versterkt je goede humeur. De ceremonie meester bij de finish is in middels duidelijk te horen. Dat geeft je vleugels. Eenmaal over de finish kijk je nog wat verdwaasd om je heen, maar als je je naam hoort, ben je weer bij de les. Als ik dan met Ysbrand ervaringen uitwissel, en de warme sportdrank de koude doet vergeten voegen Peter en Anthoon zich bij ons.”


Marcel in actie tijdens de Oerpolderloop
Marcel heeft de 7 kilometer er op zitten en is al binnen. De start was wanordelijk. Eenmaal opgang is het zwaar; de wind pal tegen en de sneeuw striemt recht in het gezicht. Het is moeilijk om in het ritme te komen. Het aantal deelnemers is beperkt, zodoende loop je al gauw eenzaam te zwoegen. Daar waar de weg dood loopt zit er niets anders op dan om te keren. Na ronding van het markeringspunt begin je welgemoed aan de terugweg. Het sneeuwt niet meer en voor de wind gaat het voorspoedig “huiswaarts”. Het kost wat minder inspanning, de koude wind van achteren is niet aangenaam, je rug wordt steenkoud. Dan met de finish in zicht begint het zowaar weer te sneeuwen. In alle gemoedsrust vraag je je af of Arjen ook hier verantwoordelijk is voor dit toetje. Maar eenmaal over de eindstreep overheerst een voldaan gevoel, je neemt shirt en de kortingsbon “bij Folkert” in ontvangst en met een kop snert binnen in het Dorpshuis wordt het restant van de kou uit het lichaam verdreven.

Marcel volbrengt de 7 km in 39.49, Esther v/d Veen 42.07 en Ysbrand eindigt de 14 km in 1.11.17, Klaas in 1.12.58, Peter in 1.13.11 en Anthoon in 1.20.29

Meeloper aan de zijlijn i.s.m. Klaas en Marcel                                     foto's Janke van der Schaaf

woensdag 27 februari 2013

DE FAMILIE VISSER IN FRANKRIJK

Rienk Visser(startnummer 401)

Ongveer anderhalf jaar geleden is Rienk Visser samen met zijn gezin naar Frankrijk verhuisd om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Familie en vrienden werden via een nieuwsbrief op de hoogte gehouden van  hun belevenissen in Frankrijk. Inmiddels heeft de familie Visser een eigen blog.

http://familie-visser-in-frankrijk.blogspot.fr/

maandag 25 februari 2013

SIEPELLOOP, DE ACHT VAN LANGEZWAAG EN DE 4E WINTERLOOP

Albert Rameau
Uitslagen:

Siepelloop Menaldum  23-02-2013

5.2 kilometer  Dave de Jong  27:36


De acht van Langezwaag  16-02-2013

10 kilometer  Albert Rameau  1:06:19



(foto Janke van der Schaaf)




4e Winterloop Sneek  03-02-2013

32:31  Erik Bouma, 39:04  Hans Jan Jasper,  40:13  Sytze Hillbrand Boschma,  42:07  Ysbrand Valkema,
43:03  Rein Hottinga,  43:48  Klaas van Tricht,  43:53  Bert Rienstra,  45:38  Marcel Swart,
46:51  Marcel van der Pol,  Anthoon Haagsma  47:25,  48:04  Nelie Jasper,  48:54  Hindrik Drenth,
49:49  Fenny Postma                                                                    (foto Henk Canrinus)

Hans Jan Jasper in actie tijdens de 4e winterloop


OVER ONGEMAKKEN, KWETSUREN EN......... NIET MEER ZEUREN

Het is al weer een tijdje geleden. Het was een druilerige zaterdag. Er waren een kleine 500 deelnemers aan een prachtige loopwedstrijd in Drenthe over 10 Engelse mijlen. Ik was de man al vaker tegen gekomen bij een loopevenement. Je weet hoe het gaat; je herkent iemand, je knikt, je loopt en niet zelden na afloop tref je elkaar weer. Je wisselt een paar woorden. We waren ruimschoots op tijd, nog ruim een uur voor de start. Er wordt koffie besteld en een kleinigheidje gegeten. Je pakt een stoel en schuift aan in de kring. En voordat je het weet, zit je midden in een gesprek.


Zo ook die keer daar in Drenthe. Aan een van de vele tafels had ik plaats genomen toen hij vroeg of hij mocht aanschuiven. Natuurlijk, vanzelfsprekend. Hij kijkt de tafel rond. Er wordt niet veel gezegd. Iedereen is blijkbaar met zijn gedachten bij wat hem te wachten staat. Hij onderbreekt het stil zwijgen: “ ik loop weer voor het eerst na mijn blessure!” Niemand reageert. De een pakt een folder waarin een volgend loopevenement wordt aangekondigd en begint aandachtig te lezen. Een ander buigt voorover en graait wat eetbaars uit zijn tas. “Ik had een zweepslag en dat deed verrekte pijn, ik heb 6 weken niet kunnen hardlopen. Maar nu ben ik er weer. Da’s mooi”,zegt de man naast mij. “Heb ik ook gehad. Het kostte mij wel 8 weken”. Het ijs lijkt gebroken, de beer is los, het gejammer kan weer beginnen. De ene blessure is nog niet uit de doeken gedaan, of de volgende kondigt zich al weer aan. Ik wist niet dat hardlopen met zoveel ellende gepaard kan gaan.
“Ik zal je wel vertellen”, hoor ik even later, “dat ik eh, het zal een jaar geleden zijn, eh, dat ik eh, toen ik neer kwam met mijn rechtervoet, een knak hoorde. Ik liep in een groepje. Wat bleek na afloop? Enkelband gescheurd. Ben je toch mooi een poosje zoet mee!” Degenen die het wilden horen, knikten. Maar dat waren er niet veel. De meesten onder ons deden net alsof hun neus bloedde. Die hadden geen zin om al dat blessure gezeur aan te horen.

Als alle leed is afgehandeld is de conditie aan de beurt. Dan is iedereen vol aandacht. Het indekken kan beginnen. “Gisteren was ik nog ziek! Niet dat ik in bed lag, maar toch....... Ben benieuwd hoe het vandaag zal gaan..........” Daar wordt weer verder op door geborduurd. De een heeft niet kunnen trainen afgelopen week, een ander had het zo druk op zijn werk, weer een ander heeft ook al niet kunnen lopen deze week. Er zijn er met een zittend beroep: lopen en zitten gaat nu eenmaal niet samen, wordt er met een stalen gezicht beweerd. Niemand reageert. Er is iemand die zich niet optimaal voelt. Geen mens weet wat dat is, maar er wordt instemmend geknikt. En tot slot is er nog een die beweert dat-ie niet helemaal, maar dan ook niet helemaal top fit is. Zo zeurt het maar door.    

Wat wil het geval? Conditie en het neerzetten van een prestatie gaan n.l. hand in hand. Daar hoef je geen professioneel sporter voor te zijn om dat te weten. Men wil een prestatie neerzetten die klinkt als een klok, die bewondering wekt, of op zijn minst verwondering. Men wil harder lopen dan .......! Men wil een nieuw persoonlijk record neerzetten. Men wil......, tja wat wil men eigenlijk? Zich zelf voorbij lopen? Wil je je meten met die wedstrijdlopers?  
Maar......... Homeopathische middelen scoren hoog en voor alle lichamelijke en psychische ongemakken is een oplossing! Smeer wat smeerwortel op een kapotte enkelband en je zult eens zien.... Maak  een mixed van brandnetels, groene thee en macrobiotische rozenbottels, kook dat  en drink het op. Je loopt als een speer. Gebruik Kalobadruppels om je ademhaling te reguleren, Echinaforce om je conditie en weerstand te verhogen en neem iedere dag een slok van een mengsel van Arnica en kruiden uit de Alpen en je loopt het gehele peloton aan stront. Pers het sap uit de stengel van een paardenbloem, stamp wat pepermunt fijn, meng dat en smeer het op de plek waar je spierpijn hebt. Als sneeuw voor de zon verdwijnt al je ellende. En als dat dan nog niet mocht helpen ga dan verhaal halen bij die fysiotherapeut. Want die had toch iemand die jij goed kende, behandeld voor die spierscheuring en na drie behandelingen liep die z.g. vriend van jou weer als een kievit. En vergeet vooral niet een scan te claimen bij je orthopeed, want je wil nu weleens weten waarom je altijd zo’n jeuk aan je knie hebt als je meedoet aan een loopevenement van 10 kilometer. Probeer een paar steunkousen en je loopt harder dan ooit. Wind een bandage om je boven been en dan loop je met twee vingers in je neus een halve marathon.......... Ga te rade bij een psycholoog en laat je uithoren over je jeugd, je trauma’s en je staat als herboren aan de start van welk evenement dan ook.


Maar wees nou eens eerlijk en kijk eens in de spiegel. Je drinkt geen alcohol, eet nooit te veel en altijd gezond, gaat op tijd naar bed, houd je aan de trainingsschema’s? Kijk eens goed naar jouw “atletisch” lichaam en let niet op die zwembanden en al die andere uitstulpingen. Ga vooral op die weegschaal staan, erger je niet, verwonder je slechts........En trek dan je conclusie: wees tevreden met elke prestatie en meedoen is belangrijker dan winnen, lekker lopen, geniet van de mooie omgeving, dat is het devies. Wees blij dat je niet op de bank bent blijven hangen voor de t.v. met chips en een drankje. Besef dat een pijntje hier en daar ook weer over gaat. En elk ongemak of tegenslag levert niet meteen een blessure op.  Geloof wat je wilt geloven en drink vooral dat mengsel van bieten- en wortelsap als je denkt dat het je prestatie positief beïnvloedt, gebruik die steunkousen, loop binnen bij de fysiotherapeut, laat je ziel kneden bij die psycholoog. Houd het allemaal voor je en kom er vooral niet mee aan en houd op te zeuren over blessures en conditie. Het is geen aangenomen werk. Je wordt niet gestuurd. Het is geen straf expeditie. Je loopt uit vrije wil. Want denk maar niet dat er ook maar iemand is die naar je luistert of die jou gelooft.
Meeloper

 

 

dinsdag 12 februari 2013

RUN WITH FUN IN SCHOORL


Er waren louter goed gemutste hardlopers en toeschouwers bij en aan de start van de 10, de 30 kilometer en de halve marathon daar in Schoorl. Dat kon ook haast niet anders. Een helder blauwe hemel, van waaruit de zon de wit besneeuwde bomen en struiken een prachtige aanblik gaf.
Vroeg op pad
Ach, wat moesten we vroeg op pad om een eindje te gaan hardlopen. Nou, een eindje.......het gaat in ons geval om een halve marathon, een van de mooiste. We zijn dus op weg naar Schoorl. Onderweg een licht besneeuwd landschap; het is prachtig! De start is om 11.00 uur. We leuteren wat af over van alles en nog wat. Natuurlijk over onze kansen. Neen, niet op de overwinning; wel over een mogelijke persoonlijke toptijd. Maar als dat er niet in zal te zitten zullen we ons troosten met Arjens lijfspreuk: “lekker lopen en genieten en meedoen is belangrijker dan winnen!”. En dat moet lukken gezien het weer en de omgeving.

Aan de voet van de klimduin
Voor de start 
Wat er zo mooi is aan deze loop? Veel deelnemers die vol verwachting en in een beste stemming de strijd met zich zelf willen aangaan, behoorlijk wat publiek, een perfecte en professionele organisatie, een handdoek met opdruk na afloop  voor elke deelnemer en een prachtig afwisselend parcours in een mooie, beschutte omgeving. En vandaag een schilderachtig winterdecor; een landschap licht besneeuwd, een staalblauwe lucht , een stralende zon en weinig wind. Dus wat wil een mens nog meer. We arriveren ruim op tijd. We verkleden ons in de sporthal, drinken een kop koffie, eten een kleinigheid, maken verschillende keren gebruik van het toilet en doen nog wat aan een warming up. We ontmoeten een enkele bekende. Wisselen wat gegevens uit over onze voorbereiding en over de conditie.
De Start
We zijn inmiddels van start gegaan. Het startschot heb ik niet gehoord, maar dat maakt ook niet uit. Of je wil of niet je wordt van zelf meegevoerd door de meute. De tijd loopt bij het passeren van de startlijn. De eerste 7 kilometer voert ons door het dorp. Ik heb weinig oog voor de omgeving. Het is vooral opletten, kijken waar je loopt, want het is druk en iedereen wil voorwaarts en het liefst zo snel mogelijk. Na een drietal kilometers ontstaat er ruimte. Iedereen schijnt zijn ritme thans wel te pakken te hebben, maar de verschillen in tempo zijn groot. Ik word links en rechts voorbij gelopen. Maar indachtig “hardlopers zijn doodlopers” laat ik ze vrolijk aan mij voorbij gaan. De prijzen worden tenslotte pas aan het einde verdeeld.
Kilometer 6,7 en 8
Het loopt lekker; het tempo stemt tot tevredenheid. Ik ben beducht voor een inzinking. Ik denk aan Ameland, aan de Adventure Run. Daar liep het aanvankelijk ook zo makkelijk. Op een redelijk hard strand met de wind in de rug. Later moest ik naar een versnelling lager schakelen toen we de wind tegen kregen op weg naar de wadden dijk. Hier geen strand en geen dijk en van de wind heb je nauwelijks last. Zojuist het dorp achter ons gelaten om de weg te vervolgen in een bebost en besneeuwd duingebied. Rondom mij hoor ik vele malen: “wat zijn die besneeuwde bomen en struiken mooi!!” Een enkeling probeert met zijn Smartphone al lopend een foto te maken. Of het wat wordt, ik zal het niet weten. Glad is het ook af en toe, vooral op die plekken waar de zon niet kan komen. Intussen vraag ik me af hoe het met de anderen gaat. Lopen zij ook zo lekker en genieten zij net als ik en al die anderen om mij heen?”


Tussen 9 en 12 km
Ik heb de 10 kilometer er op zitten met een bruto tijd van 53 minuten en nog wat. Het pad door het bos is modderig en hier en daar glibberig. Dus oppassen! Het kleine groepje waarin ik loop en dat zich spontaan vormde een paar minuten geleden, is zo juist even langs de verzorgingspost gegaan. Niet iedereen neemt een bekertje water aan. Blijkbaar bang om uit de groep te vallen. Er wordt niet gepraat. Het kost moeite om een slok binnen te krijgen. Als het eindelijk lukt, verslik ik me. Hoestend en proestend vervolg ik mijn weg. Ik ben niet de enige. De bekertjes worden aan de kant gegooid. De groep dreigt uit elkaar te vallen. Ik vervloek mezelf dat ik een bekertje heb aan gepakt. Ik moet lopen en niet drinken of drinken en niet lopen.  De ruimtes tussen de verschillende groepsleden worden langzaam maar zeker groter. Modder spat op bij elke stap die je doet. En even later is het gebeurd; de groep ligt uit elkaar. Het is weer ieder voor zich. De omgeving biedt weinig afleiding. Alleen maar bomen en struiken, weliswaar prachtig met sneeuw getooid, maar onvoldoende om een steek in mijn knie en een zeurende lichte pijn in mijn bovenbeen te doen vergeten. Ik probeer er niet aan te denken. Maar de pijn neemt toe. Het overkomt me vaker en het gaat altijd wel weer over. Maar deze keer heb ik er weinig vertrouwen in. Mijn voorbereiding was tenslotte niet optimaal. Ik krijg behoorlijk de pest in als ik het tempo naar beneden moet bijstellen. En zo kom ik in een vicieuze cirkel terecht. Somberheid versterkt de pijn en pijn versterkt mijn somberheid. Ik voel me  alleen. Er loopt ook niemand met mij mee binnen een afstand van zo’n 5 à 10 meter, schat ik in. Achter mij hoor ik, even later, iemand langzaam maar zeker dichterbij komen. De tred is onregelmatig. Ik luister; het is een opvallend ritme. Hij, naar ik veronderstel een hij, zucht en puft oorverdovend. Het geluid dat hij maakt lijkt op dat van een stoomlocomotief. Het intrigeert me en ik vergeet mijn “ellende”. Blijkbaar heeft de persoon er nog een schepje bovenop gedaan, want hij komt nu wel erg snel naderbij. Even later kijk ik opzij; een wat wonderlijk uitgedost persoon, inderdaad een mans persoon, niet in de gangbare en gebruikelijke hardloopkledij. Een trainingsbroek slobbert rond zijn lange benen, en het jack dat hij draagt is te groot. Waarschijnlijk maskeert dat zijn royale voorkomen, schat ik in. Hij zwabbert met zijn linkerbeen. Dat verklaart de onregelmatige tred. Als hij voor mij loopt, dringt het tot mij door dat ik dit niet over mijn kant kan laten gaan. Pijn of geen pijn, ik zet aan. En ik neem mij voor dat ik deze man, als ik hem heb ingehaald, pas bij de finish weer zal zien. Inmiddels heb ik toch maar mooi weer een paar kilometer weg gelopen. Mijn humeur is met sprongen verbeterd sinds ik die “clown” achter me heb gelaten, de pijn in het bovenbeen is verdwenen, mijn knie voel ik nauwelijks meer.
Tussen 12 t/m 14
Ik heb nu weer een heerlijk ritme te pakken. Ik loop ook niet meer alleen. Dat geldt voor de meesten voor zover ik het kan overzien. Af en toe word ik voorbij gelopen en soms haal ik iemand in. Het is de kunst om niet te versnellen om degene die voor je loopt in te halen en waarvan je merkt dat je op hem/haar langzaam maar zeker in loopt. Niets is zo funest om telkenmale te versnellen; het is uitermate vermoeiend en je moet nog een eind. Je moet je houden aan je eigen ritme! Geduld moet je hebben! Uit het niets is er een groepje ontstaan van een zevental lopers, 5 mannen en 2 vrouwen. Het is grappig om te zien dat we elkaar goed in de gaten houden. Anders gezegd; we nemen elkaar de maat. Ik doe er ook aan mee. Die ene vrouw, roze muts, roze handschoenen en roze shirt, loopt zo te zien moeiteloos; als een hinde. Naast haar loopt een man geheel in het zwart gekleed; alles beweegt aan hem en hij loopt zwaar. Aan de ene kant naast mij loopt een jonge man, ondanks de lage temperatuur blote armen en benen. Het heeft niet mijn voorkeur onder deze omstandigheden, maar het deert hem schijnbaar niet. Aan de andere kant loopt een vrouw. Ze is klein van stuk, gedrongen postuur, donkere krullend haar en rode konen, zij haalt hoorbaar adem. Als ik haar aan kijk, trekt ze een pijnlijke grimas. De twee die achter mij lopen heb ik nog niet echt gezien, maar ze zijn hoorbaar aanwezig. Ze wisselen af en toe heel kort van gedachten. Het is echter niet te verstaan. De posities wisselen voortdurend. Als ze even later voor mij lopen zie ik dat ze in leeftijd behoorlijk verschillen. Ze hebben dezelfde outfit. Dat verleidt mij tot de gedachte dat ze òf familie van elkaar zijn, òf ze zijn van dezelfde club lid. Als we een bocht naar links maken kan ik gemakkelijk even om kijken en ik zie dat die kleine  achter blijft. En zo passeren we met z’n zessen het 14 km punt.


14 t/m 19
We lopen inmiddels in een kaal duin gebied. De wind heeft weinig invloed op ons lopers, de zon verwarmt. Vrouw Hinde loopt nu alleen voorop; het tempo gaat iets omhoog. Wij volgen. We komen in een meer duinachtig gebied. De bomen zijn schaars, struiken overheersen. We maken een scherpe bocht naar links en een honderdtal meters verder een scherpe bocht naar rechts. Ik loop achteraan. Een van de twee “familieleden” verstapt zich in die scherpe en enigszins gladde bocht; het is de jongste. Hij moet afhaken, de ander houdt hem gezelschap. Als ik even later omkijk, kan ik zien dat ze nog wel (hard)lopen, maar het tempo is er uit. We zijn nu nog met z’n vieren. De Hinde bepaalt het tempo. Ik weet niet of ik dit kan volhouden. Bij iedere stap groeit mijn twijfel of ik er verstandig aan doe te blijven volgen. Ik wik en weeg. Plotseling neem ik een kloek besluit; ik laat ze gaan. Nu loop ik weer even moederziel alleen en dat valt toch behoorlijk tegen. Even heb ik spijt dat ik niet in het groepje ben gebleven. Ze lopen verder bij mij vandaan. Ik besluit dan ook ze zo goed mogelijk in het vizier te houden. Tenslotte weet je maar nooit. Mijn tempo kan ik weer wat verhogen. Ik loop  weer rond de 5 minuten per km. Als ik dit kan volhouden dan ben ik tevreden. Ik word weer eens ingehaald voor de verandering, maar gelukkig loop ik ook geregeld iemand voorbij. Wat me opvalt, naarmate we dichterbij het einde komen, is dat niet iedereen nog even soepel en gemakkelijk vooruit komt. En vrouw Hinde heeft blijkbaar te maken met een inzinking. Ik loop duidelijk op haar in.
Naar het einde
De man met de hamer moet hier ergens op de loer liggen. Het gehijg, gesteun, gekreun neemt toe, het tempo zakt bij velen. Er zijn er zelfs die het lopen eraan hebben gegeven en wandelend en enigszins terneergeslagen de “reis” voort zetten. Ik besef wel dat het mij ook kan gebeuren. Maar ik betrap me erop dat het  motiverend werkt. Motiverend om de eindstreep met opgeheven hoofd, vrolijk fluitend en vooral hardlopend de eindstreep te passeren. Want ook ik, eerlijk is eerlijk, verlang naar het einde.
Twee maal een scherpe bocht naar links en de finish lonkt op nog geen 150 meter. Fototoestellen, een enkele bos bloemen, een schreeuw naar een bekende, een laatste aanmoediging. Ik pers er zowaar nog een sprintje uit. Ik zie de tijd; een bruto tijd die mij hoop geeft om onder de 1.50 uur uit te komen. Dankbaar neem ik de handdoek en wat te drinken in ontvangst. En terwijl ik sta uit te blazen....denk ik aan Durk, Rein, Frank en Klaas. Waar zullen zij zijn? Daar is Frank. Hij zat blijkbaar vlak achter mij. Even later meldt eerst Klaas en daarna Rein zich.  Voldaan over deze loop en ook enthousiast over hun eindtijd. En als tenslotte Durk moe, maar opgetogen en tevreden over zijn eindtijd zich bij ons voegt, worden we het snel eens: “het is een prachtige omgeving, een mooi parcours en het weer werkte mee om lekker te kunnen lopen!”
Meeloper
Durk: 2.01.44 een persoonlijk record; Rein: 1,54.42 op zijn eerste 21,1 km; Klaas: 1.53.39 een persoonlijk record; Frank: 1.49.19; Meeloper ????.
Na afloop
Na “genoten” te hebben van een miezerig, maar warm waterstraaltje uit de douche loop ik nog even door de sporthal. Daar tref ik Hindrik en Onno die me vertellen dat zij hier hebben meegelopen ter voorbereiding op de marathon van Rotterdam. En even later ontmoet ik Neelie, Anja  en Baukje. Zij moeten nog starten voor de 10 kilometer. Hoe is het hun vergaan??? Vraag het!
Anja: 46.17; Neelie: 54.54; Baukje 55.31; Onno 1.58.39; Hindrik 2.00.49

maandag 11 februari 2013

ER KWAM EEN MAN BIJ DE DOKTER.......

De deur van de kleedkamer gaat moeizaam open. Eenmaal binnen stel ik vast dat het nog niet druk is. Er is nog genoeg ruimte. Ik kijk even rond en tel een zevental mannen. Op mijn goede middag volgt een mompelend welkom. Daarna is het weer stil. Alleen het geluid van een rits, een schoen die op de grond valt, een tas die wordt verplaatst en het geritsel van kleding. Wie klaar is vertrekt naar buiten.  Een eindje bij mij vandaan zit een stevig gebouwde man; dat is een eufemisme is voor een dikke man, met een opvallende buik. Hij zucht bij iedere handeling die hij verricht. Zijn gezicht staat verre van vrolijk. We kijken elkaar aan. “Ken jij de route”, vraagt-ie. “Neen, ik loop hier voor de eerste keer”. Het ijs lijkt gebroken. Er volgt een stortvloed aan informatie: “ik ook en ik doe ook voor het eerst aan zoiets mee. Weet jij waar ik mijn telefoon kan laten en mijn autosleutels.  En hoe laat moeten we starten en is 10 kilometer ver?” Dat laatste verbaast me: “tja, 10 km is 10 km”, weet ik uit te brengen. “Ja, dat snap ik ook wel, maar het is mijn eerste 10 km en ik weet niet of ik het haal. Geef me advies hoe ik moet lopen!” Een glimlach kan ik niet of nauwelijks onderdrukken. “Zet het ene been voor het andere en doe dat het hele traject”, is mijn advies. De man zucht eens diep. “ Weet je....ik was bij de dokter voor een controle. Zegt die tegen mij; het wordt tijd dat je eens wat gaat bewegen, je bent veel te zwaar. Je moet weten; ik heb een zittend beroep. Kom ik thuis en vertel het verhaal tegen mijn vrouw. Zegt die: nou wat heb ik je gezegd! Ben ik eerst eens naar zo’n sportschool gegaan. Maar daar is helemaal niks aan, maar dan ook helemaal niks. Je kijkt naar anderen en anderen kijken naar jou. Je oog valt op een slanke den van een vrouw; je weet je geen raad met je houding. Je hijgt en zweet je kapot, het is er veel te warm. Je rost wat op een paar van die apparaten, je voelt je


ongemakkelijk, want jij bent na 10 keer kapot, terwijl een of andere lulhannes na 20 keer nog vrolijk fluitend naar een volgend apparaat gaat. Je strompelt zo’n circuitje af en dat is het dan. Na afloop sterf je van de dorst. Dus, je komt thuis neemt een biertje. Nou, ik zal je vertellen: het is niks en het zal ook nooit wat worden. Mijn vrouw zei: je moet gaan hardlopen, kan je zelf bepalen wanneer je gaat. Ik zag me al door de straat lopen en de buren maar lachen. Maar ja, ’s avonds is het donker. En zo is het begonnen. Ik heb er nu ruim een half jaar opzitten, drie keer in de week. Een paar weken geleden liep ik op een avond en werd ik ingehaald door een andere (hard)loper. Lopen we gezamenlijk op en raken we aan de praat. Vraagt-ie aan mij hoever ik loop. Nou, ongeveer een kilometer of 6. Zullen we een keer aan een loopevenement meedoen. Hij vertelt dat-ie dat een keer gedaan heeft; tien kilometer.  Dat was leuk! We lopen nu geregeld met z’n tweeën. Zo is het gekomen. Maar nu ben ik hier alleen. Mijn maat is ziek.”
Ik heb geduldig geluisterd.  Het wordt nu toch wel tijd om naar buiten te gaan.  Ik sta op. Hij ook. Als we buiten zijn, vertel ik hem dat je binnen je spullen kunt afgeven. Hij vraagt of ik op hem wil wachten. Dat doe ik. Even later .............................


Na afloop
De 10 kilometer zit er voor mij op. Het was een afwisselend parcours. Niet erg zwaar. Het weer was prima, niet al te warm, de zon liet zich af en toe zien en er stond wel een stevige bries. Het grootste gedeelte van het parcours lag in een “bosachtig” gebied. Veel bomen en struiken langs de route die voor voldoende beschutting zorg droegen. Asfalt werd afgewisseld door een schelpenpad. Er waren een paar venijnige klimmetjes. Maar zoals altijd na de weg omhoog moet je ook weer een keer naar beneden. Genoeg deelnemers om je niet eenzaam te voelen.
Ik stond wat te mijmeren over het parcours, nam wat te drinken, maakte met deze en gene een praatje en nam een medaille in ontvangst. Ik had geen haast, af en toe luisterde ik naar de speaker die weer iemand verwelkomde en feliciteerde met het bereiken van de eindstreep. De tussenpose waarmee hij de deelnemers binnenloodste nam naarmate de tijd verstreek fors toe. Plotseling hoorde ik nummer 321, Jan............. uit ............. afroepen. Ik keek op en zag mijn metgezel de finish naderen. Hij zag er afgetobd uit; een hoog rode kleur, het zweet gutste over zijn gezicht, zijn haar in de war, zijn shirt drijfnat. Eenmaal de eindstreep over wankelde hij nog een eindje voort. Hij keek om zich heen, maar of hij iets of iemand zag, dat viel te betwijfelen. Ik liep snel naar hem toe en reikte hem een bekertje water aan. Hij nam het aan, zijn handen trilden en met moeite wist hij zijn hand naar zijn mond te brengen. Hij nam een slok, verslikte zich, hoestte zich de longen uit zijn lijf. Ik leidde hem naar een bankje even verder op en zette hem neer. Even later keek hij op en glimlachte naar. Ik nam maar aan dat hij in de gaten had dat we elkaar uitvoerig gesproken hadden in de kleedkamer. Ik haalde nog een bekertje water. “Ja man wat was het zwaar. Dat had ik niet gedacht. Eerst ging het nog wel, maar na zo’n kilometer of zes hoefde het voor mij allemaal niet meer. Ik heb hele stukken gewandeld. Ze liepen me maar voorbij. Wat een ellende! Af en toe ging ik maar weer hard lopen.

Was ik maar thuis, dacht ik dan. Soms ging het wel even, maar dan kwam er weer een hellinkje. Wat een ellende, hoe verzinnen ze het!” Hij kwam zienderogen bij. Ik vroeg hem of hij belang had bij een medaille. Hij keek me aan: “een medaille, krijg je die?”  Ik knikte, terwijl hij vroeg: “waar haal ik die?” “Daar”, wees ik. Hij stond op, althans dat probeerde hij. Met een plof kwam hij weer op het bankje terecht. Ik hielp hem op te staan, maar toen ik hem los liet zwaaide hij alle kanten op. Ik zei dat-ie maar weer moest gaan zitten. Met zijn startnummer heb ik toen zijn medaille opgehaald. Hij hing hem om zijn nek en het ding pronkte op zijn immense buik. Inwendig moest ik lachen om dit beeld: een grote, volwassen man, met een fors postuur, blij met een medaille. Maar toen werd het toch echt tijd voor hem om op te staan. De eerste stappen waren onzeker. Stijf en stram liep hij samen met mij richting kleedkamer. Toen ik voorstelde een wandelingetje te maken, als alternatief voor een cooling down, keek hij me aan met een blik van of ik wel goed bij mijn hoofd was. “Wat een ellende, maar ik heb het gehaald.” Eenmaal binnen zei hij dat het toch wel leuk was, dat hij een voldaan gevoel had en dat-ie wel vaker zou deelnemen aan zo’n “wedstrijd”.  En met: “misschien tot een volgende keer”, drukte hij mij de hand.
Meeloper