Trainen

Loopgroep Sneek traint op de dinsdagavond 19:30-20:45, donderdagochtend 09:00-10:15, donderdagavond 19:30-20:45, zaterdagochtend 09:30-10:45, locatie Zeilsoos-Sneeker Jachthaven. Zondagochtend, clinictrainingen.

Loopgroep IJlst traint op de woensdagavond 19:30-20:45, locatie Sporthal Utherne.

Proeftraining of informatie: rnwths@gmail.com

woensdag 3 juli 2019

Ik loop in..............Viareggio

Het is dinsdag 30 april. De camping ligt in een parkachtige omgeving aan de zuidkant van de stad Luxemburg. De zon schijnt. Menigeen is bezig de schotel te installeren; t.v. kijken is blijkbaar een must. Onze t.v. is thuis, het is tenslotte vakantie! Als ik de buurman zie hannesen, caravan in- en uitlopen, draaien aan knoppen, schotel iets meer naar links, schotel verticaal, iets minder verticaal, een boze blik werpen naar z’n vrouw, zuchten en de goden verzoeken omdat-ie nog steeds geen beeld heeft, dan prijs ik mij gelukkig dat wij op de fiets de omgeving wat kunnen verkennen. Als wij na ruim een uur van ons verkenningstochtje ‘thuis’ komen, zit de buurman schijnbaar ontspannen voor zich uit te staren. Wanneer ik hem vraag of het hem gelukt is om vanavond Ajax te kunnen zien spelen tegen Tottenham laat hij mij weten dat voetbal hem niet interesseert en dat hij nooit, maar dan ook nooit kijkt. De t.v. heeft-ie aan de praat en hij laat me weten dat- ie weleens van Ajax heeft gehoord. Hij......., hij heeft een t.v. omdat hij van snookeren houdt! Ik weet geen woord meer uit te brengen. Vanmorgen nog las ik in de krant dat heel Europa in de ban is van Ajax, dat Frankie, Matthijs en Donny ‘godenzonen’ zijn, maar de eerste de beste Hollander die ik in het buitenland aanspreek, weet van toeten noch blazen.
Als ik later links en rechts het onderwerp voetbal, lees Ajax, nog eens laat vallen, hult men zich in zwijgen. Zelfs in het kleine cafeetje op de camping weet men van niks.
Ik weet genoeg; Ajax leeft niet bij iedereen. De wedstrijd hoef ik niet te missen; een IPad en Ziggo go, dat is genoeg!

Maandag liep ik nog in Valkenburg
Het is inmiddels woensdag; Ajax heeft gewonnen en de wereld veroverd. Tenminste als ik alle berichtgeving mag geloven. Wij op de fiets naar Luxemburg centrum, op ruim 10 km gaans van onze pleisterplaats. Een prachtige stad, veel en mooie gebouwen uit vervlogen tijden, gezellige pleinen, mooie indrukwekkende kazematten, prachtige parken en gezellige pleinen met veel terrassen en een heel ontspannen sfeer.

In de middag hardlopen. Het is mijn tweede loop in deze vakantie. Maandag liep ik in Valkenburg, heuvel op en af; geen 100 meter horizontaal, met plezier, genietend van een, voor mij als plattelander, zevental kilometers in een glooiend landschap.
Vandaag heb ik besloten dat een rustige duurloop in zone 2 mij niet voor onoverkomelijke problemen zal plaatsen. Na 25 km op de fiets en na een paar uur slenteren door een stad wil ik me niet uit de naad ‘werken’. Welgemoed ga ik op pad. Het is 1 mei, de dag van de arbeid. In ons eigen land niet iets om wakker van te liggen, maar in vele buitenlanden is het een feest- en vrije dag. Zo ook hier in het Groothertogdom Luxemburg. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam en men gaat er op uit. Fiets, racefiets, mountainbike, kinderwagen, loopfietsen, rollatoren, scootmobiels bevolken het prachtige fietspad. Gelijk hebben ze. Het is breed genoeg, auto’s mogen en kunnen er niet komen. De omgeving waar het fietspad door heen loopt is de moeite waard. Er wordt gewandeld, gefietst, op menig open plek wordt gepicknickt. Hardlopers en joggers in overvloed en ik prijs me gelukkig dat ik een van hen kan en mag zijn. Het loopt, ik loop, gesmeerd. Ademhaling onder controle, steeds het ene been voor het andere, rechtop, de juiste armbeweging, voeten goed neer zetten, tegemoet komende lotgenoten groeten met een ‘bonjour’. We zijn tenslotte in een overwegend Franstalig land. Ik kan niet zeggen dat het een echt vlak parcours is, maar gezien een somtijds ietwat hogere hartslag, zelfs tot in zone 4, en het gevoel in de benen stel ik vast dat er veel vals plat moet zijn. Het is ook warm, het zweet loopt, wind is er niet, wandelaars paraderen in zomertenue. Na acht kilometer nog een klein rondje door een park en dan naar ‘huis’. Op de camping is het rustig, er wordt geborreld. Daar sluit ik mij voldaan bij aan.

Luxemburg stad
Het heeft de hele nacht geregend, het kwam met bakken uit de lucht. En Ajax ook nog verloren; er zijn vrolijker tijden. Maar vanmorgen is het droog. Ik trek de stoute schoenen aan. Het is al weer vele dagen terug dat ik gelopen heb. Het kwam er niet van. Lopen over een weg waar druk verkeer vlak langs je raast, is geen pretje en op de camping waar we een drietal dagen verbleven zag ik er geen brood in om 10 of meerdere keren een rondje camping te doen. Maar deze morgen is het zover. We zijn in Viareggio, een plaats aan de kust. De camping is gunstig gelegen aan de rand van een bos, het bos sluit aan op de duinen. Om precies half acht loop ik de camping af, steek de weg over om aan de andere kant het fietspad op te gaan. Nu is een Italiaans fietspad niet een pad dat wij een fietspad zouden durven noemen. Het is een pad, ooit aangelegd, oorspronkelijk afgedekt met steenslag, maar vandaag de dag overwoekerd met onkruid, vol (val)kuilen, bezaaid met takken en boomwortels die het lopen tot een hachelijke onderneming maken. Daar komt deze morgen nog bij, vanwege de overvloedige regenval van de afgelopen nacht, dat er plassen staan waar kinderen met speelgoed bootjes minstens een dag zoet zouden zijn. Het alternatief is de weg, maar daar raast het verkeer. Noodgedwongen dus over het pad. Binnen de kortste keren natte voeten, maar daar valt mee te leven en te lopen. Lastiger is het dat je verschrikkelijk goed moet kijken waar je je voeten neerzet. Na enkele honderden meters is er gelukkig een pad naar links, het bos in. Het pad is een paar meter breed, een zanderige ondergrond, bedekt met vnl dennennaalden en bladeren; een ‘lekkere’ ondergrond om op te lopen. Er zijn hier en daar nog wat plassen, maar die zijn gemakkelijk te omzeilen. Het loopt kortom gesmeerd. Ik kan dan ook goed om mij heen kijken. Het bos is een en al chaos. Naaldbomen die verrekte kaarsrecht de hoogte in zijn gegroeid, met alleen in de top nog een soort van kruin. Daaronder manshoog allerlei opschot. Ik herken kamperfoelie en wat bramen struiken, maar de rest van het struikgewas kan ik niet thuis brengen. Natuurlijk zijn er ook 

Viareggio
loofbomen, maar door de hoge kruinen van de naaldbomen die veel licht wegnemen, zien ze er wat armetierig uit. Het is doodstil in het bos, geen mens, geen dier, alleen af en toe het gefluit van een vogel. Ik denk wel dat indien mij hier wat overkomt het dagen kan duren voor ik gevonden word. Ik kan me er niet druk over maken; ik loop en dat komt mijn humeur ten goede. Ik vorder gestaag en wanneer de begroeiing wat dunner wordt, dringt het besef door dat de duinen niet ver weg meer kunnen zijn. Het pad wordt minder breed, en begint te slingeren. Even lijkt alsof ik weer van de kust weg loopt, maar met een scherpe bocht naar rechts sta ik plotseling voor een duinlandschap bedekt met voornamelijk allerlei grassoorten en wat struiken. De bewolking heeft de overhand, maar boven zee is het onbewolkt. Ik ren het duingebied in, een smal paadje slingert in de richting van het strand. De ondergrond is rul zand, het lopen kost wat meer inspanning. Gelukkig hebben de duintjes niet die hoogte die wij kennen van onze kusten. Maar de hartslag loopt wel wat op, ademhalen wordt hijgen en de eerste druppels zweet vallen. Het strand is bezaaid met hout, het ziet er niet uit. Ik ploeter naar de waterlijn in de hoop een harde ondergrond te vinden, maar dat is ijdele hoop. In de verte zie ik vlaggen wapperen, daar zal de ‘bewoonde wereld’ wel zijn. Daar aangekomen blijkt de wereld nog onbewoond en dat zal ongetwijfeld liggen aan het vroege uur en het wat sombere weer. Het wordt tijd weer naar huis terug te keren. Ik loop mijn neus maar achterna in de veronderstelling dat ik er wel zal komen. Dat klopt, na verloop van enkele kilometers en wat bochten herken ik de weg en een pad dat mij naar de douche en het ontbijt zal brengen.



Meeloper


60 van Texel

60 van Texel, zondag 7 april 2019.

Uitslagen 4 x 15 estafette: 30 Loopgroep Sneek Dames, 5:23:35(3e categorie Dames!) 79 Loopgroep Sneek 4, 5:57:36, 94 Loopgroep Sneek 1, 6:13:46, 96 Loopgroep Sneek 2, 6:13:52, 97 Loopgroep Sneek 6, 6:14:40, 99 Loopgroep Sneek 5, 6:16:48, 104 Loopgroep Sneek 3, 6:22:21

Een prachtige 3e plaats van de dames van Loopgroep Sneek

Marathon Rotterdam

Marathon Rotterdam, zondag 7 april 2019.

Uitslagen Marathon: Hans Jan Jasper 3:30:20, Roland Rook 3:46:14

Hans Jan en Roland klaar voor de start

woensdag 4 juli 2018

Drents Friese Woldmarathon

Drents-Friese Wold Marathon, zaterdag 31 maart, 2018.

Marcel Swart: Vanmiddag de Drents Friese Wold marathon gelopen door het schitterende Drents Friese Wold natuurgebied! T was genieten en dan ook nog een fantastische tijd lopen, ondanks het zware parcours. Totaal onverwacht stonden mijn super supporters bij de finish!! Erg lief!!


Uitslagen: Marathon Marcel Swart 4:20:17

Ronde van Oranjewoud

Ronde van Oranjewoud, Heerenveen, 5 mei 2018



Uitslagen: 10EM Dirk Slot 1:06:37

dinsdag 3 juli 2018

Ik loop..........in Nordeich


Het is klokslag acht uur in de morgen. Een kop thee en een krentenbol. Sluierbewolking. Dat zal niet lang duren. De zon zal ongetwijfeld ongetwijfeld haar werk doen. Het is iets meer dan een graad of tien. Het is mijn eerste loopje sinds een kleine week. Het weer en het reisschema zaten in de weg. De camping ligt pal achter de dijk. Veel mogelijkheden zijn er niet. Het is of links-, of rechtsaf langs de Waddendijk, of aan de landzijde, of aan de zeezijde.

De camping ligt vlak achter de dijk
Ik verlaat de camping en loop via een fietspad richting het dorp Norddeich. Na een paar honderd meter kan ik via een trap de dijk op. Ik doe een poging om in looppas de treden te bedwingen. Halverwege moet ik erkennen dat dit te hoog is gegrepen. Moeizaam vervolg ik mijn weg. Op de kruin van de dijk geniet ik van het uitzicht. Het is laag water. Het eiland Juist is goed waarneembaar met een bescheiden skyline, in tegenstelling tot Norderney met een paar torenhoge gebouwen. De kruin van de dijk is redelijk begaanbaar. Velen, hardlopers, wandelaars, honden bezitters zijn mij voor gegaan. Het gras is kort en de ondergrond is hard.

De zon heeft inmiddels de bewolking opgelost. De temperatuur van de buitenlucht is voelbaar toegenomen, die van mij trouwens ook. Na een paar honderd meter wordt het pad versperd door een hek. Ik besluit om aan de wadkant, onder aan de dijk, mijn weg te vervolgen. Een klaphek verschaft mij knarsetandend toegang tot de 'rest' van de dijk. De voet van de dijk, vanaf het water omhoog, bestaat uit 10 meter breed asfalt. Daarboven zeker twintig meter is grasland. Het zeewater is ver weg; het is eb. Een groot deel van de Waddenzee is drooggevallen. Het slik is grauw van kleur. Om de golfslag te breken zijn er vierkante en rechthoekige percelen aangelegd. De zijden worden gevormd door Wilgetenen die gevlochten tussen paaltjes ogen als een soort van lage dijkjes. 

"dykskiep"
Geen mens te bekennen, vogels daarentegen in overvloed. Ik vermoed dat het Strandlopertjes zijn. Ik weet dat er vele soorten zijn, maar lopend zijn ze voor mij niet te onderscheiden. Op de dijk schapen. Het valt mij op dat er geen meeuwen zijn. Kom daar in Nederland langs het Wad eens om. 

Het lopen valt niet mee op zo'n hellend vlak. Ik moet dan ook denken aan een liedje van Piter Wilkens, waarin hij op treffende wijze vertolkt dat het "Dykskiep" aan een zijde langere poten heeft dan aan de andere zijde; anders is het voor die arme beesten geen doen. Het is na een tweetal kilometers voor mij ook geen pretje meer. Ondanks dat ik geniet van het uitzicht en het vogelleven op het Wad, beginnen heup, knie en enkel(s) behoorlijk op te spelen. Ik ga op zoek naar een dijk- overgang. Maar dat is nog niet zo eenvoudig; het zoeken wel, maar het vinden niet, want zo ver ik kan kijken geen mogelijkheid om de dijk over te gaan. Het hek, als scheiding tussen asfalt en grasland, ongetwijfeld om de schapen te behoeden voor een nat pak, is zonder de letterlijke kleerscheuren en pijnlijke ervaringen niet te nemen. De hoop is gevestigd op de dijk na de bocht. Ik probeer me niets aan te trekken van het lichamelijk ongemak. Na nog een kilometer en om de bocht sla ik een zucht van verlichting. Ik kan naar de andere kant. Worstelend kom ik boven om daarna, onder aan de dijk, op een horizontaal vlakke weg mijn missie te vervolgen. Ook hier geen mens te bekennen. Ik moet het doen met het uitzicht over het land. Voor zover ik kan kijken: windmolens, veel windmolens. Soms een paar bij elkaar in de buurt, soms een enkeling bij een boerderij en heel in de verte een hele rij. Het verstoort het landschap, maar ik moet eerlijkheidshalve toch wel zeggen dat het 'ook wel iets heeft'. Het went blijkbaar, ik heb er weleens anders over gedacht. Als ik mijn blik en gedachten los maak van de molens en mij richt op het landschap dan valt het op dat er hier en daar verspreid een boerderij te zien is. Althans, van de meeste is slechts een klein deel te zien, ze zijn omgeven door bomen. Voor de rest vooral grasland, gevat in percelen waarin geen patroon is te ontdekken, maar geen koeien en/of schapen. Hier en daar een akker, een enkele bewerkt, kennelijk klaar om ingezaaid te worden. Rijkelijk laat lijkt mij. Ver weg het geel van het koolzaad. 


Norddeich, strandcorb
Het lichamelijk ongemak ben ik kwijt, ik loop met plezier en het zweet ook. De zon doet haar werk. Veel afleiding is er niet. Ik passeer een boerderij; er staat een trekker, een auto en een enkel landbouwwerktuig. De wieken van de windmolen draaien tergend langzaam rond; ik vermoed dat er geen stroom wordt opgewekt. Verder geen leven te bekennen. Terwijl ik me erover verbaas dat er geen kip scharrelt, geen hond blaft en geen kat in velden of wegen te bekennen is, keer ik om. De weg terug lijkt eindeloos lang, links de dijk en rechts het land. Ik heb nog een behoorlijk aantal kilometers te gaan voor ik kan douchen. Ik loop, gedachten gaan naar mijn loopgroep. Morgen de zoveelste mooie loop van Workum naar IJlst als onderdeel van de voorbereiding op de Sneeker marathon en meer. Geen saai parcours! De overeenkomst met waar ik loop, is het vlakke land en daar houdt het mee op.



Meeloper

Fit & Frij Rin

Fit & Frij Rin Heeg, zaterdag 28 april 2018.

Dirk Slot in actie tijdens de Fit & Frij Run in Heeg
Uitslagen: 4EM Dirk Slot 26:30, Symkje Feenstra 41:28, Geeske Cnossen 48:16, 10EM Erik Bouma 59:19, Bert Rienstra 1:33:47

Vuurtorenloop

Vuurtorenloop Vlieland, zondag 22 april, 2018.

Frank Klasen in actie tijdens de Vuurtorenloop(foto Tjeerd de Jong)
Uitslagen: 5 zeemijl  Durk Brouwer 53:51, Rudi Oppewal 54:45, Wibo Twijnstra 1:04:37 10 zeemijl   Frank Klasen 1:56:04

Het was weer pittig, de Vuurtorenloop op Vlieland

Vuurtorenloop, Vlieland

Na afloop van mijn eerste Vuurtorenloop schreef ik het volgende:

"Als er een top tien van loopevenementen zou bestaan met het meest uitdagende parcours dan zou de Vuurtorenloop van Vlieland er zonder enige twijfel op voorkomen. Je loopt geen kilometers, maar zeemijlen, je ploetert door een zandbak, je rent over en langs een Waddendijk met een prachtig uitzicht, je beklimt hijgend en steunend het Vuurboetsduin (een maal voor de 5 en twee maal voor de 10 zeemijlen), zodra je boven bent, zou je kunnen genieten van een fenomenaal uitzicht, als je tenminste daar nog aan toe komt, je krijgt een stuk vals plat voor de kiezen, je geniet van het golvende parcours door de duinen, je komt tot "rust" op de Postweg, klimt nog een keer naar de Vuurtoren om tenslotte kris kras door het bos aan het eind van je Latijn, maar voldaan de finish te passeren."

Vuurtorenloop, een aanrader!(foto Tjeerd de Jong)
Vuurtorenloop 2018......hoe warm het was en hoe ver...…

De eerste paar honderd meter zitten er op, de kop is er af. Iets minder dan tien zeemijlen nog voor de boeg. Het pad is smal, het is druk, het is warm, weinig verkoeling van wind, veel ruimte om in te halen is er niet. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Ik heb me voorgenomen het rustig aan te doen en de tijd de tijd te laten. Ik probeer zoveel mogelijk rechts te lopen, opdat de snelle 'jongens' hun gang kunnen gaan. Af en toe ontkom ik er niet aan om ook iemand voorbij te gaan. Straks op het strand is er ruimte genoeg voor iedereen.

Het duinlandschap links en rechts is prachtig. De begroeiing 'ontwaakt' uit de winterslaap. Een lichte stijging in het parcours en de eerste wandelaar dient zich aan. Als ik hem passeer, zie ik dat-ie geblesseerd is. Vervelend lijkt me dat. Je begint ergens aan en binnen de kortste keren zit je in de penarie. Ik moet er niet aan denken. Zie maar eens 'thuis' te komen. Als we links afslaan, worden schelpen vervangen door klinkers en dan is er ruimte. Even verderop is de duinovergang. Piet Noordenbos de initiatiefnemer van de Vuurtorenloop, waarschuwde ons er voor bij de start: naar boven zal het weinig problemen opleveren, de weg omhoog is langer dan die naar beneden en een stuk minder steil. Gezien de droogte en de warmte en het losse zand op de stelconplaten is het oppassen geblazen, want het kan glad zijn. Daar komt nog bij dat het beton vrij snel over gaat in het zand(strand) en het leger heeft daar ook nog geoefend met zwaar materieel; het wordt zwaar.

Als je je benen niet iets hoger optilt dan je gewend bent, heb je een probleem. Gegarandeerd dat je valt. Dat wordt dus stoempen, om maar eens in wielertermen te vervallen, en goed kijken waar je je voeten neerzet. Ik negeer de wiskundige wetmatigheid van 'de kortste weg tussen twee punten is de rechte lijn', zwalkend vorder ik langzaam. Ik ben niet de enige. Over vrijwel de gehele breedte zijn de lopers uitgewaaierd. Iedereen zoekt zijn eigen weg in de hoop de meest stevige ondergrond te vinden. Er zijn echter ook van die heel snelle 'jongens' die nergens last van schijnen te hebben. Ze stoempen niet, maar dansen lichtvoetig over het strand, het lijkt ze geen moeite te kosten. Een lichte jaloezie maakt zich even van mij meester, maar dat verdwijnt als ik zie dat over een honderd meter het duin beklommen moet worden. Een beklimming van de eerste categorie. Langzaam maar zeker lopen we als het ware een trechter in, want het is een smal paadje omhoog waar we over moeten. Hardlopen naar naar de top van het duin? Vergeet het maar. Het kost gewoon lopen heel veel moeite. Het zweet loopt en niet alleen bij mij. Voortdurend glijd je een eindje weer naar beneden. Zand in de schoenen. Gehijg en gesteun is niet van de lucht. Maar eenmaal boven probeert iedereen zijn oorspronkelijke ritme weer te vinden. De een lukt het wat sneller dan de ander. Even later, bij de jachthaven, is het leed snel geleden. Er is ruimte en een harde ondergrond. Ik sluit me aan bij een groepje. Ach, aansluiten is wel wat veel gezegd. Ik word gewoon opgeslokt en alsof het afgesproken is, lopen we gezamenlijk een stukje verder. We verlaten de jachthaven en gaan op weg naar het dorp. De groep valt uit elkaar en ik blijf met een leeftijdslotgenoot over. Niet dat de rest ons de hielen heeft laten zien, neen, dat laten wij niet toe. We hebben het niet overlegd, we hebben elkaar even aangekeken en dat was genoeg. Mijn 'vriend' draagt een rugwaterzak en lurkt af en toe aan het pijpje. Ik moet wachten met drinken tot ik bij de ravitailleringspost kom en die is nog in geen velden of wegen te bekennen. We lopen langs de veerboot Terminal werpen een blik naar rechts en zien dat het terras vol zit. We worden achter het dorp langs 'gestuurd'. Rechts het uitzicht op de achtertuinen van de huizen aan de Dorpsstraat en links het Wad. Opkomend water en een lichte rimpeling. Aan de horizon een wit zeil. Een lichte sluierbewolking af en toe, maar warm is het en behoorlijk ook. 'Vorig jaar liep ik hier in mei, toen was het warm, maar dit slaat alles', hoorde ik achter mij. Ach, je hebt het er maar mee te doen; je wordt niet gestuurd, het is vrije wil en tenslotte loop je voor eigen plezier. Bij de ravitaillering neem ik dankbaar een plastic zakje water aan.  Hardlopen en drinken, gegarandeerd dat ik me verslik, dus........wandelend drink ik en dat gaat goed. Mijn leeftijdsgenoot loopt door, hij is zelf voorzienend. Ik giet nog wat water over mijn hoofd.  Een koud straaltje baant zich een weg via men nek over mijn rug. Het voelt niet onaangenaam. Rechts af, nog een 75 meter schat ik en dan kan ik aan de klim beginnen, een klim van de buitencategorie. Ik weet uit ervaring dat dat geen makkie is. Ik probeer me er geestelijk op voor te bereiden, maar dat is eigenlijk onbegonnen werk. Want......hoe bereid je je er op voor? Je weet dat het een zware klim is, dat je benen pijn gaan doen, dat je hartslag op zal lopen, waarschijnlijk tot het maximum, dat je adem te kort komt, dat je onderweg naar boven denkt dat het een godvergeten rot klim is, dat het water uit je oren komt, dat je een rooie kop krijgt van de inspanning en dat je ...........

Doe mee, verlos de zee!(foto Tjeerd de Jong)
Nou, als iemand mij kan vertellen hoe je je daar geestelijk op voor kunt bereiden dan houd ik me aanbevolen. Inmiddels ben ik tot halverwege gevorderd, een blik naar boven, een heel diepe zucht en de vrouw vlak voor geeft de pijp aan Maarten. Zij wandelt en ik volg haar voorbeeld en ik voel me daar wel bij. Het is warm, erg warm, geen wind te voelen voor enige verkoeling. Vlak onder de top, daar waar het minder steil is, probeer ik het ene been iets sneller voor de andere te zetten. En dat lukt. In looppas passeer ik het hoogste punt. Met de rem er op naar beneden. Links en rechts word ik voorbij gelopen, maar ik durf niet zo hard te gaan. Met schelpengruis dat hier en daar losjes over het pad lijkt uitgestrooid is een uitglijder mogelijk, met alle gevolgen van dien. Bijna beneden word je het pad afgestuurd en met een scherpe bocht naar rechts kunnen we de bovenbenen opnieuw testen; vals plat. We lopen beschut, weer geen wind, de warmte blijft hangen in het bos- en duingebied. Niet iedereen is blijkbaar hersteld van de vuurtoren klim. De verschillen in tempo worden naarmate de klim vordert steeds groter. Ik weet me er redelijk goed door heen te slaan. Het bord met 'fietsers afstappen' doet het ergste vermoeden. Het valt echter alleszins mee; de helling, naar beneden, is best steil, maar als je net naast het pad in het gras loopt, kun je je wel laten gaan. Ik loop inmiddels alleen, op een dertigtal meters achter mij een enkeling en voor mij op ongeveer diezelfde afstand een groepje van een man/vrouw of tien. Langzaam loop ik op ze in. Even heb ik de neiging om te versnellen om me zodoende bij hun aan te sluiten, maar ik weet me te beheersen. De groep buigt af naar links, zodoende worden ze voor mij aan het zicht onttrokken. Als ik ook de bocht om kom, blijkt de groep uit elkaar gevallen. Links en rechts verspreid wat zomerhuisjes. Het bos laten we achter ons. Kleine klimmetjes zijn nu ons deel, het een wat langer en steiler dan het  ander. Maar wie naar boven gaat, gaat ook een keer naar beneden. Dus geen geklaag. Hooguit over de warmte. Het pad slingert door de duinen en het is alsof de warmte niet alleen van boven van de zon komt. Het duinzand kaatst de warmte terug omhoog. De weg naar de finish is nog lang. Toch loop ik lekker. Het uitzicht over het duinlandschap wisselt voortdurend en dat leidt af. Ik weet zelfs een tandje bij te zetten, met als gevolg dat ik de een na de ander inhaal. Camping De Lange Paal ligt er verlaten bij, geen tent te bekennen. Zojuist haalde ik iemand in die in een lange tight loopt. Ik heb de neiging gehad te vragen naar de reden van deze warme dracht, maar ik heb me ingehouden. Het houdt me wel even bezig. Ach, je moet ook wat te doen hebben.

Frank Klasen gestart op de 10 zeemijl(foto Tjeerd de Jong)
Ik verlaat het duinpad en kom op de weg die van het Posthuis naar het dorp loopt. Links de duinen, rechts de Waddenzee en in de verte het dorp met in het oog springend, vaag afgetekend de veerboot Terminal. Ik heb het moeilijk. In de duinen liep het voortvarend, geen vermoeidheid verschijnselen, geen pijntjes. Nu, op dat verrekte asfalt heb ik het zwaar. Het tempo zakt, de bovenbenen laten zich voelen, de voeten worden met iedere stap warmer. Het lijkt wel of de voetzolen in brand staan. Ik zou ze graag even in ijskoud water willen onderdompelen, maar dan duurt het nog langer voor ik 'thuis' ben. Ik moet gewoon voort. Inmiddels loop ik weer in gezelschap. Blijkbaar hebben ook anderen een dip. We klampen ons aan elkaar vast, zonder ook maar een woord te wisselen, of elkaar een blik waardig te gunnen. Mijn eigen blik is vooral op de Terminal gericht, maar die blijft ver, ver weg. Fietsers voor en fietsers achter, zij gunnen ons alle ruimte. Een auto haalt ons in, een guad komt ons tegemoet. De stank van uitlaatgassen is vervelend, maar blijft gelukkig niet lang hangen. Het gezelschap valt wat uit elkaar. Het wad ligt er mooi bij, vogels zweven boven het water, eider?eenden dobberen op de lichte rimpeling van het zeewater, meeuwen krijsen en maken ruzie over een stukje voedsel. Het leidt af en het is alsof de vermoeidheid naar de achtergrond verdwijnt. Ook de Terminal lijkt dichterbij te komen, hij is minder vaag. Ik kan weer iets versnellen en met mij een paar anderen. Het leed lijkt voorbij, maar dan word je met de neus op de feiten gedrukt. Over een honderd meter begint de klim

Even een groepje opzoeken(foto Tjeerd de Jong)
opnieuw het Vuurbootsduin op. De een na de ander voor mij, buigt links af en onttrekt zich aan mijn waarneming. Even later is het ook voor mij zover. Er staat een boog en er ligt een mat voor de tijdregistratie. Boven staat er ook een boog en bij de start heeft men ons verteld dat ook daar een tijdregistratie plaats vindt. En diegene die het snelst die afstand aflegt valt in de prijzen. Ik maak me geen enkele illusie. Ik probeer zo lang als mijn benen het houden in looppas naar boven te gaan. Halverwege is het gebeurd met me. Het wordt wandelen, de benen lopen vol. Ik verbaas me over het snelle herstel en voordat ik helemaal boven ben kan ik al weer 'hard'lopend verder. Boven geniet ik van het uitzicht en ook neerwaarts kan ik het niet laten mijn blik vooral over het Wad te laten gaan. Bijna beneden heb ik een leeftijdslotgenoot ingehaald. Hij prijst mij en vooral ook zich zelf gelukkig dat wij op onze leeftijd hier mogen en kunnen lopen. Als we linksaf de Wadweg op gaan, gebroederlijk naast elkaar, weet hij er zuchtend uit te brengen dat er nog maar een hellinkje is te nemen. Naar beneden laat ik mij gaan en hem 'staan'. De finish is niet letterlijk in zicht, maar met een anderhalve kilometer toch binnen handbereik. Dat gegeven stemt tot vrolijkheid en geeft vleugels. We slingeren het bos door, passeren de ijsbaanvijver en vangen een geluidsglimp op van Jan Kooistra die de een na de ander de laatste meters helpt over de eindstreep te komen. Nog een paar bochten en dan ben ik zelf aan de beurt.

Voldaan drink ik water en sportdrank, wis het zweet en zoek en vind mijn metgezellen. Ook zij tonen zich tevreden over de eigen gelopen mijlen.

Op het terras met een versnapering in de vorm van geestverruimende drank hebben we het er nog even over. Aan boord, boven op het dek, zetten we de kroon op deze prachtige dag. We kijken met zijn vieren met groot plezier terug. En warm dat het was!



Meeloper

maandag 2 juli 2018

Skûtsjerun, Langweer.

Skûtsjerun, Langweer, zaterdag 24 april, 2018

Een eerste plaats voor Dirk Slot
Uitslagen: 6.8km Dirk Slot 25:36(1e plaats)

Woldbergtrail 2018

Woldbergtrail, Steenwijk, zaterdag 14 april, 2018.

Henk Groen in actie tijdens de Woldbergtrail(foto Bert Visser)

Uitslagen: 25km Henk Groen, 2:34:22

donderdag 28 juni 2018

Ronde van Súdwest Fryslân

Ronde van Súdwest Fryslân, Sneek, zondag 8 april, 2018

Start van de Ronde van Súdwest Fryslân(foto Jolanda Siemonsma)
Uitslagen: 12km Mark Smit 48:10, Dennis Smit 54:49, Ysbrand Valkema 1:03:07, Alex de Block 1:09:50, Wiesje Verf 1:13:50

woensdag 27 juni 2018

Zandvoort Circuitrun 2018

Zandvoort Circuitrun, zondag 25 maart 2018.

Zandvoort Circuitrun, prachtig parcours
Uitslagen 21km: Dirk Slot 1:38:20


Monnikenloop 2018

Monnikenloop, Schiermonnikoog, zaterdag 24 maart 2018

Loopgroep Sneek op Schiermonnikoog
Uitslagen, 10 EM. Hans Jan Jasper, 1:15:24, René Adema 1:49:41, Martin van der Zee 1:26:53, Folkert Holtrop 1:34:11, Anthoon Haagsma 1;34:47, Durk Brouwer 1;35:19, Yvonne Hiemstra 1:35:20, Sjouke Miedema 1:35:33, Monique Bosma 1:43:00, Judith Veldhuizen 1:43:00, Anita Reus 1:47:27, Jenieke Hoogland 1:26:43, Ciska Kuiper 1:44:39 10km, Ate Terpstra 1:07:46, Frank Klasen 1:02:30, Albert Rameau 1:21:20, Gerke Gerritsma 1:02:32, Margriet Balk 1:17:06, Geeske Cnossen 1:21:43, Titia Brouwer 1:07:30 5,5km, Arjen Visserman 23.30, Mariëtte van Merode 35:43, Meta Gerritsma 40.20


zondag 1 april 2018

MONNIKENLOOP 2018


Het startvak loopt langzaam vol. Ach, een startvak kun je het eigenlijk niet noemen. Er is een straat, er liggen matten voor de tijdregistratie die doen dienst als start- en finishlijn en daarachter kun je je opstellen. Er staan ook nog hekken aan de zijkanten, zodat de toeschouwers worden gescheiden van de lopers, en dat is alles. Het voldoet en dat is het belangrijkste. De sfeer is voorts  ongedwongen, alle voorzieningen liggen binnen handbereik en de organisatie, bestaande uit vrijwilligers van de atletiek vereniging uit Groningen, doen onopvallend hun werk. Wij hebben ons gemengd 'ergens' tussen onze lotgenoten. Het is een gedisciplineerd gezelschap. Er klinkt geen onvertogen woord. Ik had

Startvak
me ingeschreven voor de 10 mijl, maar loopvriend G heeft mij overgehaald om het parcours van de 10 km gezamenlijk te verkennen. Op mijn beurt heb ik hem de vijf kilometer uit het hoofd gepraat. Daar staan we dan elkaar te overtuigen dat we de vandaag de juiste keuze hebben gemaakt. We zitten tenslotte nog in de herstelfase van ons blessureleed. Nog vijf minuten! 'Burgemeester Van Gent zal straks het startpistool bedienen', weet de Speaker ons te vertellen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik onzeker ben over de afloop. Vriend G, die blijkbaar in de gaten heeft dat ik niet geheel gerust ben op het halen van de finish, houdt mij voor dat ik onderweg gemakkelijk kan uitstappen en dat ze bij hotel Van der Werf mij zonder aanziens des persoons heus wel willen bedienen.

En dan is het zover; een luide knal en de meute zet zich in beweging. We moeten mee, mevrouw Van Gent knikt ons nog bemoedigend toe, terwijl ik mijn eigen tijdwaarneming in werking stel. Een drukte van belang. Links en rechts gaan ze ons voorbij. Dan in de bocht naar rechts een duwtje tegen de schouder, een 'sorry'. Ach, het is ook haast niet te voorkomen. 'Hé meeloper!' En ik dacht nog wel dat ik incognito mee liep. Ik ruilde n.l. op de valreep mijn startnr van de 16 km met loopvriend S voor de 10. Tijd, zin en geduld om het officieel te regelen hadden we niet.

Vervolgens een bocht naar links de Badweg op. Er ontstaat meer ruimte. Vriend G maant mij: 'rustig!' We blijven dan ook gedisciplineerd achter de brede heupen van een stelletje gezellig kakelende lopers. Tenslotte hadden we afgesproken elkaar bij de les te houden en
dat betekent lopen op een rustig duurloop tempo. Ik voel mijn 'poot', ik vloek, niet hardop. Ik zie het somber in. Vriend G informeert hoe het gaat; ik brom wat. 'Je kunt straks linksaf, dan ben je zo weer "thuis". Tja, dat weet ik ook wel. Ik verbijt de pijn in de hoop dat indien ik straks echt warm ben en de doorbloeding goed op gang is gekomen, het allemaal wel mee zal vallen. Hij laat weten dat-ie óók wat voelt. We besluiten nogmaals om het rustig aan te doen, dus de rem houden we er op. Dan rechtsaf om het dorp voorlopig achter ons te laten, op weg naar de duinovergang. Inderdaad, de pijn is verminderd, ik zie het weer helemaal zitten. Ik kijk wat om mij heen, rechts de duinen en links een valleitje met hier en daar een enkel bosje, wat water en in de verte een koppel paarden in galop. Het stemt mij vrolijk, te meer daar ik weinig last meer ondervind van enig ongemak. Plotseling worden we gesommeerd om links te lopen. Loopvriend D heeft connecties met de fotograaf en hij

Connecties met de fotograaf(foto Janke van der Schaaf)
vertelt dat we links lopend de fotograaf niet kunnen missen. Gedrieën laten we ons 'beet nemen' om daarna vrolijk keuvelend onze weg te vervolgen. Bij de duinovergang wandelen de eersten en wij vallen stil. We hebben tenslotte alle energie nodig om het duin te beklimmen. In een rustige looppas kom ik, komen we, boven. Naar beneden neem ik mezelf in acht. Ik kies bewust voor het mulle zand, dan kan je onmogelijk snel naar beneden. Een scherpe bocht naar rechts om het karrenpad naar de vuurtoren op te gaan. Ik zag er een poosje geleden nogal tegen op, maar het valt alleszins mee. Het brede pad is niet begaanbaar, hier en daar lijkt het wel een sloot, zoveel water is er. We lopen in ganzenpas over een kronkelig en smal pad. Inhalen is nauwelijks mogelijk, of je moet de euvele moed hebben om het lage struikgewas plat te lopen. Niet iedereen is even betoeft op het smalle pad vol met kuilen, en andere hindernissen. Een enkele keer moeten we noodgedwongen stapvoets voort. Loopmaat G slaat zich er ook manmoedig door heen, we houden elkaar steeds goed in het oog.

Een onverlaat van middelbare leeftijd moppert hardop en luid dat het pad wel erg smal is. Ik bijt hem toe dat-ie vrijwillig en voor zijn eigen plezier hier loopt en dat niemand hem zal beletten om links op het brede pad door het water dan wel een route door het mulle zand een stukje hoger op te nemen. Hij houdt zich gedeisd.

Omdat het niet erg snel gaat, is er tijd genoeg om af en toe rustig wat rond te kijken. Het is jammer dat het wat mistig is, anders zou je nog een glimp van Ameland kunnen opvangen. Maar ook met dit weer is een blik naar links over het strand de moeite waard. Om het strand te verlaten moeten we weer het duin over. Het is een stevige klim, maar wij nemen deze hindernis moeiteloos. Naar beneden maken we beheerst gebruik van de zwaartekracht. Zonder kleerscheuren gaan we, bijna op het diepste punt, rechtsaf de duinen in. We informeren naar elkaars 'handicap' en stellen verheugd vast dat we nergens last van ondervinden. Het pad slingert van links naar rechts, af en toe moeten we een oneffenheid overwinnen, maar het is puur genieten. We 'bemoeien' ons met onze lotgenoten, de hijgers en de kreuners, kortom zij die het moeilijk hebben. We steken ze een hart onder de riem. We wijzen ze op de mooie natuur, en het prachtige parcours. Vragen waar ze vandaan komen en houden hun voor dat aan alles een eind komt.

Tussen de bedrijven door hebben we een goed gesprek over onze loopgroep, over het wel en wee van deze en gene en prijzen we ons gelukkig dat we hier mogen lopen. Dan horen we van achter uit dat we weer op moeten letten; de fotograaf heeft ons inmiddels al lang weer in de smiezen. We zetten ons beste beentje voor en hopen dat we er op ons voordeligst op komen te staan.

 
Prachtig uitzicht over de Westerplas(foto Janke van der Schaaf)

Soepeltjes beklimmen we het duin. We zijn ruim over de helft, zetten een tandje bij, terwijl we weten dat we over een paar honderd meter rondom de Westerplas een paar "ups" moeten overwinnen, maar altijd in de wetenschap dat na iedere up een down volgt. Aan onze conditie zal het niet liggen.

Een paar meter voor ons danst een prachtige vlecht op de rug van een lotgenote. Als we naast haar lopen, kunnen we het niet laten haar te laten blijken dat we dat we (het) haar mooi vinden. Onder andere omstandigheden hadden we geen genoegen genomen met het dank je wel. We doen het er mee en lopen snel door. We blijven genieten van het prachtige uitzicht over de Westerplas. Als we even later onderaan de dijk lopen, bijna op zeeniveau, en over het Wad uitkijken met verderop de strekdam en daarachter de jachthaven, dan vallen we stil. We hebben even onze eigen gedachten aan toen we hartje zomer met de eigen boot daar een dag of wat bivakkeerden. Vooral bij laag water is het een belevenis. Het is net alsof je in een grote kom met water ligt. Je kunt er met de boot niet weg, of je moet lopend over het drooggevallen Wad en maar zien waar je terecht komt. Het is de astronomische wetmatigheid dat het een zestal uren later weer hoogwater zal zijn, dus maak je niet ongerust en heb geduld.



Inmiddels zitten er negen kilometer op. Met pylonnen wordt aangegeven waar we langs moeten. Je kunt afsnijden door recht en steil omhoog de dijk op te lopen, maar dan haal je het aantal kilometers net niet. Wij kiezen er voor het officiële parcours te volgen dat ons langs de geleidelijke weg omhoog brengt. Eenmaal boven, met de blik op het dorp, zetten we nog even aan. Enkele minuten later passeren we in opperbeste stemming de finish met weinig tot geen last van het ongemak dat ons maanden lang bij tijd en wijle een slecht humeur bezorgde. De rest van de dag brengen we in gepaste vreugde door in gezelschap van alle anderen van onze Loopgroep onder het genot van een versnapering bij Van der Werf om de derde plaats van onze trainer, Arjen Visserman, te vieren.



Meeloper






maandag 18 december 2017

ADVENTURE RUN AMELAND 2017


Je moet er wel wat voor over hebben. Vroeg, heel vroeg opstaan, een autorit van een klein uurtje en een boottocht van goed driekwartier. Ameland, de Adventure Run, een loopevenement in een mooie omgeving over een prachtig parcours. Het maakt niet uit of je nu 5, 10 of 21,1 km loopt, elk parcours heeft iets bijzonders. Ik heb gekozen voor de 10 km. En met mij mijn drie reisgenoten.

"lotgenoten" 10km
In Holwerd treffen we veel lotgenoten. Iedereen maakt een opgewekte indruk. Blijkbaar is men verlost van de dagelijkse beslommeringen en dat kan ook haast niet anders met het vooruitzicht op een mooi loopevenement. In Holwerd is het koud, winderig en bewolkt. Op Ameland klaart het weer op. Het is inmiddels half bewolkt en de wind hindert ons niet.

Gedisciplineerd ontschepen en daarna in ganzenpas op weg naar Nes, om precies te zijn naar de sporthal. Menigeen buigt in het dorp af naar een van de vele restaurants voor koffie en omdat de calorieën er straks toch worden afgelopen, met appeltaart en slagroom. Wìj zetten onze voettocht voort en komen in een vrijwel lege sporthal. We 'reserveren' een plek ergens in het midden, voor alle anderen van onze Loopgroep die een boot later zullen arriveren. Nadat we ons verkleed hebben drinken we onze koffie in de kantine van de sporthal. Daarna gaat ieder zijns weegs. Ik loop, samen met loopmaatje D. het dorp in, bekijk hier en daar in een etalage, groet en maak een praatje met een enkele bekende en strijk even later neer bij de stand van Running Center Leeuwarden. Veel aanbiedingen, aantrekkelijke prijzen en grappige, leuke hebbedingetjes. Ondanks dat ik alles al heb in veelvoud kost het moeite de verleiding te weerstaan. De tijd verstrijkt. Ik nuttig een paar krentenbollen die ik van huis heb meegenomen en keer terug naar de sporthal. Inmiddels is het daar een drukte van jewelste. De tijd vliegt.


warming up 10km groep(foto Janke van der Schaaf)
In het startvak staan we dicht opeen. De warming up, olv Arjen Visserman, hebben we achter de rug. We staan wat te trappelen. De gesprekken om ons heen gaan als vanouds over wat ons te wachten staat, over blessures, eerdere prestaties, over persoonlijke records. Maar bovenal dekt men zich in over de nog te verrichten prestatie, te weinig getraind, nog last van een oude blessure, zich niet goed voelen, een verkoudheid. Het zijn bekende excuses. Ik neem ze met een korrel zout en ik ben niet de enige zo te horen.

vlak voor de start nog even op foto

Het startschot klinkt en langzaam maar zeker schuiven we op naar de startlijn. Geconcentreerd kijk ik op mijn horloge om op het juiste moment hem in werking te stellen, maar het 'kreng' wijsgeer in alle toonaarden. Dus..... lopen op het gevoel. Het is de eerste honderd meter na de start altijd oppassen geblazen. Goed uitkijken dat je een ander niet voor de voeten loopt en dat je zelf niet omver wordt gelopen. Het gaat over het algemeen gedisciplineerd, zo ook vandaag. Na die eerste honderd meters ontstaat er direct ruimte en kun je je gang gaan. Ik heb geen plan, ik loop zoals het gaat. Normaal ben ik een slow starter en daar wil ik mij vandaag zeker aan houden en voor de rest zie ik het wel. Tenslotte ben ik op de weg terug van een blessure die mij zo'n beetje de gehele zomer parten heeft gespeeld. Maar het kost me moeite om het tempo rustig te houden. Ik heb er duidelijk zin in. We verlaten de bewoonde wereld. Straks rechtsaf en dan het bos in. Ik ben benieuwd hoe het daar zal zijn na al die regen.

Ik loop in een aangenaam groot gezelschap van gelijk gestemden met maar een doel voor ogen: de finish! Een kleurig gezelschap, velen met een tekst op arm, rug, borst en/of been; 'ik loop hard, loopgroep x, ij, of z, een plaatsnaam, de naam van een sponsor'. Soms trek je een hele tijd op met een groepje lotgenoten. Om op veelal onverklaarbare reden valt zo' n groep zo maar uit elkaar. Je ziet ze zelden terug tijdens je tocht. Het bos nadert inmiddels met rasse schreden. Enige vrees voor wat ons te wachten staat is mij niet vreemd met al die nattigheid van de laatste tijd. Het is inderdaad een modderige bende. Iedereen doet een stapje terug om met de nodige omzichtigheid het droogste en meest begaanbare pad te vinden. We slingeren van links naar rechts. Het is de keus tussen modder of een 'aanvaring' met een lotgenoot. Het wordt de modder. Niemand klaagt er wordt gelachen om de capriolen die worden uitgehaald om droog en vrij van modder te blijven. Aan alles komt een eind. Zo ook aan deze worsteling. Eenmaal weer in de 'open lucht' op het duinpad wordt het tempo door vrijwel iedereen wat opgeschroefd. Voort gaat het op weg naar de overgang naar het strand.

 
route over het strand(foto Anja Brouwer)

Nog een goede honderd meter en dan wordt het klimmen. Ach, wat heet klimmen, je moet een hellinkje nemen, niet meer en niet minder. Om mij heen wordt geïnformeerd naar de toestand op het strand. Niemand die het weet. Ik geniet van het uitzicht. De duinen, ach je kent het wel, een glooiend landschap, wat lage begroeiing, v.n.l. bestaand uit wat opschot, hier en daar een sparretje en veel soorten gras met vooral helmgras. Mijn lotgenoten van de Loopgroep zijn in geen velden of wegen te bekennen. Een aantal loopt zonder enige twijfel voor mij uit en anderen achter mij aan. In het startvak stonden we nog bij elkaar, maar al vrij vlot ben ik iedereen uit het oog verloren. Ik doe mijn best om ze in het vizier te krijgen. Zover kunnen we toch niet bij elkaar vandaan zijn. Tenslotte zijn we nog maar een kilometer of wat onderweg. Ik mis een diepe kuil in het pad, omdat ik teveel om me heen kijk. Ik verstap me enigszins. Pijn aan heup en knie. Met moeite onderdruk ik een vloek. De pest in, ik moet een tandje langzamer lopen. En dan omhoog, twijfel, wandelen of (hard)lopen. Ik ga voor de laatste optie en met mij de meesten. Boven gekomen werp ik een blik op het strand en iedere keer vind ik het een mooi gezicht: een lang lint aan hardlopers, felle kleuren die scherp afsteken tegen de wat donkere lucht, het grauw van het zeewater en grauwgele van

het was weer sfeervol in Nes(foto Janke van der Schaaf)
het zand. Ik 'stort' mij naar beneden. Iedere stap zakt en glijdt weg in het rulle zand. Zand in de schoenen, maar er is geen keus, doorgaan. Eenmaal op het harde gedeelte met de wind achter loopt het 'gesmeerd'. Wat wil je ook. Wind in de rug, de zon schijnt. Heup en knie doen weer normaal. Ik heb het warm en mij mij velen, zo te zien. De een ontdoet zich met moeite van een jasje, knoopt het om, een ander trekt de muts van het hoofd en ik die mijn handschoenen uit. Ik loop weer in een groepje en dat blijft zo, totdat we het strand af moeten. Iedereen kiest z'n eigen pad in de veronderstelling de meest gemakkelijke weg naar de top te vinden. Maar .... het is, hoe je het wendt of keert, toch twee passen omhoog, een naar beneden. Zwaar hijgend kom ik boven. Voor ons ligt het golvend duinlandschap. Het pad slingert lichtjes en voert ons naar het Nesserbos. Daar geen of weinig modder. Het bos ligt ook wat hoger en de grond bestaat v.n.l. uit zand, dus goed doorlatend. Een lange helling doet mijn hartslag voelbaar oplopen. Maar die zakt weer als we ik me naar beneden laat rollen. Midden in het bos hebben we de helft er op zitten. We klimmen en dalen voortdurend. Als we bijna het bos uit zijn 'duiken' we nog een diepe vallei in om er even later via een trap er uit te komen. We steken de weg over en dan nog een klein stukje bos voordat we de polder in gaan met uitzicht op de skyline van 't dorp Buren. Ik probeer een tandje bij te zetten. Dat doen er meer onder het motto: 'gezamenlijk maar toch ieder voor zich'. Eerlijkheidshalve moet ik wel stellen dat ik wat vermoeidheid begin te voelen. Het is te merken dat ik nog wat trainingsarbeid tekort kom. Als op een gegeven moment een tweetal (jonge) vrouwen in opvallend roze voorbij snellen en een hen bekende 'Henk' vilein toe roepen dat ze weinig getraind hebben en hem en passant veel succes toewensen op weg naar het einde, probeer ik het tempo iets te verhogen om na 50 meter tot de conclusie te komen dat ik toch beter wat rustiger aan kan doen, als ik tenminste niet 'dood' wil gaan. Buren nadert, in het centrum neem ik een bekertje water aan, neem een slok en maak me op voor de laatste kilometers. Het is inmiddels bewolkt geworden, en als we Buren verlaten regent het een beetje. Nat worden we er niet echt van. Ik verlang naar de finish. Net voordat de bebouwde kom van Nes begint staat het publiek ons aan te moedigen. Dat leidt af, de vermoeidheid wordt even vergeten. Nog even naar links, daar schalt de muziek uit een paar levensgrote boxen. Ook dat helpt. Rechtsaf en nog een keer naar rechts. De laatste twee honderd meter. Ik pers er nog een lichte versnelling uit om dan voldaan de finish te passeren met een blik op de klok: 55 minuten en nog wat. Een voldaan gevoel overvalt me. Een mooi parcours, een geweldige sfeer, goed weer, een plezierig gezelschap en het besef dat ik de blessure definitief achter me heb gelaten maken deze dag tot een dag om niet te vergeten.



Meeloper

woensdag 13 december 2017

WINTERLOOP SNEEK

Hans Jan Jasper in actie tijdens de 2e winterloop(foto Jolanda Siemonsma)
Winterloop Sneek, zondag 3 december, 2017

Uitslagen: 8.9km Erik Bouma 30:38,  Dirk Slot 36:09,  Hans Jan Jasper 38:48  Sietse Rozema 39:01,  Johan Adema 42:19,  Ysbrand Valkema 42:24,  Marcel Swart 42:48,  Arnold van der Meulen 43:15,  Dennis Smit 47:08,  Anita Bijker 48:30,  Monique vd Oudenhoven 50:50

dinsdag 12 december 2017

PEPERNOTENLOOP, FRANEKER

Titia en Tialda Brouwer in actie tijdens de Pepernotenloop
Pepernotenloop, Franeker, zaterdag 2 december, 2017

Uitslagen: 10km Durk Brouwer 54:39, Titia Brouwer 1:01:39

maandag 11 december 2017

SINTERKLAASLOOP BOLSWARD

Bolsward in Sinterklaassfeer(foto Janke van der Schaaf)
Sinterklaasloop Bolsward, maandag 27 november 2017.

Uitslagen: Erik Bouma 26:34, Sietse Rozema 31:35, Marco de Vries 37:32, Jenieke Hoogland 37:43, Sylvia Kamstra 50:59


SLACHTERIN WOMMELS

Monique zoekt haar weg over de Slachte(foto Janke van der Schaaf)
Slachterin, Wommels, zaterdag 25 november 2017

Uitslagen: 10km Bert Rienstra 51:15, Monique Middeldorp 58:30