Na een loopevenement hervat je de training. Samen met een aantal van je loopmaatjes, vanuit de door jou zo gewaardeerde loopgroep, heb je deelgenomen aan zo’n wedstrijd/evenement. In de weken erna is de opkomst altijd overweldigend. Degenen die er niet bij waren zijn blijkbaar oprecht benieuwd naar de ervaringen, de prestaties en de ontberingen van de deelnemers. Die deelnemers zelf zijn er om de eigen triomf extra glans te geven, om nog eens de verslagenen met de neus op de feiten te drukken, of om excuses aan te dragen waarom het mislukt is een persoonlijk record te lopen. Zo doet men verslag van de heroïsche strijd die er weer ongetwijfeld is geleverd, zij vertellen in geuren en kleuren dat zij die en die voorbij zijn gelopen en pas bij de finish weer hebben gezien. De toehoorders horen het met de nodige bewondering aan. Zij denken dat ze wat gemist hebben, en dat is natuurlijk ook het geval. Want als je de verhalen mag geloven was het een helse tocht, waarin het òf te warm, òf te koud was, of er was heel veel wind, of het strand was nauwelijks begaanbaar, opritten van bruggen waren bergen van ongekende hoogten en het parcours was weliswaar mooi en afwisselend, maar bovenal zwaar. En als dat allemaal is geweest dan begint het pas echt. De persoonlijke noot komt aan de orde. Uitvoerig wordt er gejammerd over de nieuwe schoenen en over de pijntjes in been en lijf. Neen, dan hij, die een persoonlijk record heeft gelopen, vertelt met een grote grijns op het gezicht, dat het een makkie was, dat-ie geen inzinking heeft gekend en dat-ie de een na de ander voorbij gelopen is. En zij, die na afloop nauwelijks vermoeid was, dat zij het nog nooit zo gemakkelijk heeft gehad. De toehoorders voelen zich heel klein en zijn er inderdaad van overtuigd dat ze wat gemist hebben. Terloops nemen ze nog even de gelopen tijden door maar wel zo duidelijk dat iedereen het horen kan. De verslagenen, kijken bij het verhaal wat onverschillig voor zich uit en doen net alsof het anderen betreft, mompelen wat vage verontschuldigen en schuifelen haast onmerkbaar naar de achtergrond.
Zij, die gewoon met plezier hebben gelopen, verhalen kort en krachtig dat ze het heel leuk vonden en hoe mooi het parcours was, dat ze weliswaar ergens in de achterhoede af en toe kletsend met een paar anderen geen wereldrecord hebben neergezet, maar dat hoeft voor hen ook niet zo nodig. Een enkeling die het echt moeilijk heeft gehad deze keer en ver beneden zijn of haar niveau heeft gepresteerd houdt de kaken stijf op elkaar. En als hem/haar wat wordt gevraagd, dan is er slechts een wat onduidelijk excuus te horen, waarin de woorden zwaar en lastig en vervelend de overhand hebben.
![]() |
Darwin quote |
Toen ik dit stukje herlas om te controleren of er geen fouten of andere missers inzaten, begreep ik ineens dat loopmaatjes een beperkte levensduur hebben. Dus zou ik maar op zoek gaan naar een andere loopgroep, naar nieuwe loopmaatjes, maar............
Natuurlijk doe je zelf net zo hard mee. Als tijdens de training de complexe oefeningen bij iemand niet zo gecoördineerd verlopen dan weet je de aandacht snel om te buigen. Als iemand het hoge tempo tijdens een intervaltraining het niet kan volhouden, dan begeleid jij hem graag naar een andere groep. Als iemand rood aanloopt van inspanning dan weet je hem haarfijn uit de doeken te doen dat het de beste kan overkomen. Je zeurt net zo goed en hard mee over de kilometer die weer geen kilometer blijkt te zijn, je zeurt dat je geen enkele behoefte hebt aan zo’n inspanningstoetje, je klaagt over de route die of te lang of te kort is. Je beklaagt je dat er weer veel te snel wordt gelopen en je brengt te berde dat het vandaag geen wedstrijd behoort te zijn. Ach, wat is het toch een leuke groep, die Loopgroep Sneek. Reikhalzend kijk ik al weer uit naar de volgende training.
Meeloper
het heeft erg hard geregend in Sneek zie ik wel:-)
BeantwoordenVerwijderenals ze een nieuwe collumnist zoeken voor het runners blad draag ik jou aan frank.