![]() |
Putterersee |
Ik heb een topografische kaart van de omgeving met een
grote verscheidenheid aan wandel- en fietspaden. Na enig wikken en wegen staat mijn
besluit vast; vanaf de camping neem ik de route van een kilometer of 10 met een
hoogte verschil van maximaal 200 meter. Welgemoed ga ik op pad. Het gaat direct
van dik-hout-zaagt-men-planken steil omhoog. Dus kalm aan, kleine pasjes,
tenslotte moet ik nog 'warming uppen', of te wel mezelf
![]() |
Verscheidenheid aan wandel - en fietspaden |
opwarmen. Iedere
associatie met elke andere bezigheid gaat in dit geval niet op. Mijn hartslag
loopt snel op, de benen doen hun best, het gehijg kan de behoefte aan zuurstof
niet bijhouden. En juist op het moment dat ik het hoogtepunt nader en besluit om maar te gaan wandelen is
het hellingpercentage tot vrijwel nul gereduceerd. Ik kom op adem, maar de
volgende helling dient zich al weer aan; zo te zien wat minder steil dan daar
net. Ik neem de tijd, kijk wat om mij heen, geniet van het uitzicht links van
mij en jog naar boven. Het opwarmen is inmiddels volledig geslaagd. De benen
voelen goed, de kuiten houden het en aan de
behoefte aan zuurstof wordt door een gecontroleerde ademhaling voldaan.
Ik voel me dan ook de koning-te-rijk. Maar hoogmoed komt ten val.
Het pad loopt weliswaar geleidelijk omhoog, waardoor ik de
illusie heb dat ik dit zo wel uren vol kan houden, maar ik heb buiten de waard
gerekend. Als ik de bocht om kom, sta ik oog in oog met een steile helling die
ogenschijnlijk rechtstreeks de hemel in gaat. Ik doe nog een vermetele poging,
iets wat op hardlopen lijkt, maar als het hart mij in de keel slaat, het zweet
mij aan alle kanten uitbreekt en de voeten onvoldoende houvast vinden, staat
mijn besluit vast. Dit is voor een gewone sterveling niet te doen. Ik probeer
nog wat naar boven te wandelen om zodoende de moed er in te houden, maar het
mocht niet baten. Een kloek besluit en de wereld ziet er op eens heel wat
zonniger uit. Ik probeer, zo goed en zo kwaad
![]() |
Zonsondergang Putterersee |
als het gaat in een redelijk
tempo de weg terug te bewandelen. Eenmaal op de hoogte van de camping neem ik
het pad dat met een maximum aan hoogte verschil van 20 meter voor een
vakantieganger uit de lage landen goed te doen is. De eerste kilometer moet ik
nog bijkomen van alle lichamelijke inspanning en van de nederlaag in
psychologische zin dat die dooie berg niet te bedwingen was. Maar eenmaal
verzoend met het lot dat de route letterlijk en figuurlijk te hoog gegrepen
was, loop ik vrolijk fluitend en genietend van de glooiende weilanden, waarop
een handjevol koevolk zich te goed doet aan het malse voorjaarsgras, voor het
vaderland weg. Af en toe daalt er uit het wolkendek een spatje regen. Niet echt
hinderlijk en slechts van korte duur. De enige zorg die ik heb is dat ik ook
nog een keer 'huiswaarts' moet en het liefst in een redelijk hardloop tempo.
Tenslotte is dit pas de derde
![]() |
Camping aan Putterersee |
keer dat ik weer loop na mijn blessure. Maar het
pad voert mij nog steeds verder weg van de camping. Dan wanneer ik overweeg dezelfde
route terug te nemen, kom ik bij een mogelijkheid linksaf te slaan. Ik heb geen
keus en voor mijn gevoel loop ik nu in ieder geval niet verder weg van de
camping. Een ander uitzicht; in de verte, hoog tegen de berg, aan een
nederzetting, dwz een paar huizen, een kerktoren, wat schuurtjes en een
weggetje dat slingerend omhoog gaat dat ongetwijfeld uitkomt in het piepkleine
dorpje. Het wolkendek breekt wat open en de zon laat zich af en toe even
gelden. Dat voelt aangenaam. Ik loop. Het pad klimt wat omhoog. Naar links heb
ik geen uitzicht meer. Maar op de top ontwaar ik de camping. Ik schat dat die
hemelsbreed niet meer dan een kilometer weg is. Hup, naar beneden, slingerend,
niet ik, maar het pad. Beneden aan gekomen leidt m'n route met enkele grote omwegen
naar de camping en met een voldaan gevoel neem ik weer deel aan het dagelijks
camping leven en alles wat daar bij hoort.
Meeloper
Geen opmerkingen:
Een reactie posten